![]() |
Molenaardigheden | ![]() |
|
Cornelis Pietersz Roosendaal (1e huwelijk) & Maartje Ponsen
Garment Groen & Grietje Cornelis Blankendaal (1e huwelijk)
Cornelis Pietersz Roosendaal (2e huwelijk) & Grietje Cornelis Blankendaal (2e huwelijk)
Na het overlijden van Cornelis Roosendaal werd in mei 1777 de boedel beschreven:
Contant geld 100 gulden; vier koeien, twee twinters, twee vaarsen, twee hokkelingen, twee paarden, drie schapen, en een varken, 500 gulden; een stuit hooi en wat stro, 250 gulden; een partij gedorst en ongedorst zaad, 100 gulden, enig huisraad in imboedel, Boer- en bouwgereedschap, een praam en schuitje, 90 gulden; samen is dat 1.040 gulden. De schulden bedroegen 600 gulden zodat de nalatenschap 440 gulden waard was.
Grietje Cornelis Blankendaal, die 1/4e deel erfde, zou de huisraad en het vee etc. behouden, en de schulden voor haar rekening nemen. Aan Willem Bedt die met Lijsbeth Roosendaal was getrouwd betaalde ze 90 gulden (3/16e deel). Aan de voogden over de kinderen van Trijntje Roosendaal betaalde ze ook 90 gulden. Aan de voogden over Neeltje en Cornelis betaalde ze 60 gulden. Haar zoon Jan Garmensz Groen bleef nog 50 gulden tegoed van zijn moeder.
Opmerking: In 1737 trouwde in de Zijpe een Cornelis Pietersz Roosendaal uit de Zijpe met Maartje Adriaans Duijn uit Warmenhuizen. Uit dit huwelijk werden een aantal kinderen gedoopt in de Zijpe, waaronder een Elizabeth en een Catharina. De vraag is nog of dit dezelfde personen zijn als eerdergenoemde Cornelis Pietersz Roosendaal en Maartje Ponsen. |
|||||
|
|