
Kinderen:
1. Pieter
Geboren ?
Overleden 18 februari 1734 te Warmenhuizen
Hij is getrouwd op ? met Aafje Klaas
2. Frans
Geboren ?
Overleden 28 april 1716 te Oudkarspel
Hij is getrouwd op ? met Trijntje Cornelis Paskes
3. Guurtje
Geboren ?
Overleden tussen 1720 en 1730 te Warmenhuizen
Zij is getrouwd op ? met Pieter Cornelisz Keijser
4. Kniertje
Geboren ?
Overleden na 1722 te (Warmenhuizen?)
Zij is getrouwd voor 1708 met Cornelis Gerritsz Keur
In 1690 is Cornelis eigenaar van een stuk land van ongeveer 6 geerzen (ruim 1,5 hectare) gelegen bij de Moorsmeer in Warmenhuizen. Het land is genaamd Derren Haes en was belend Focke Ven ten zuiden en Claes Krijnes ten westen.
Cornelis leende geld van de weeskinderen van Aelbert Jacobsz Backer en Jantje Claes, en verbond dit land tot zekerheid. Het bedrag van de lening was 200 gulden en was in januari 1700 geheel afgelost.
In januari 1697 kocht Cornelis voor 215 gulden en 5 stuivers een stuk weiland genaamd Pieter Segers Slick. Het land was 5 geerzen en 3 snees (bijna 1,5 hectare) groot en gelegen op de grens van de gemeente Warmenhuizen en Oudkarspel en belend Huijbert Cornelisz Boertjes ten noorden en westen. De verkopers van het land waren de erfgenamen van Pieter Sijmonsz Poorter en Jan Sijmonsz Poorter. In later jaren stond dit land bekend als Poortersleeg.
Cornelis kocht op 29 november 1699 de helft van twee akkers land van de erfgenamen van IJsaack Haringhuijsen. De andere helft bleef van IJsbrant Willemsz Schipper uit Egmond aan den Hoef. De ene akker lag ten oosten van het zuideinde van het dorp en was 16 snees groot (belending Cornelis van Leeuwen ten noorden en de Heerevaart ten westen en zuiden) en de andere akker was gelegen op Schoorl Bos en was ongeveer 2 geerzen groot (belending Dirck Adriaensz Stam ten noorden en Cornelis Plugs erve ten oosten). De eerstgenoemde akker was vermoedelijk het perceel dat in 1832 kadastraal bekend stond als sectie B nummer 244.
Op 31 maart 1708 staat Cornelis borg voor de huur (144 gulden per jaar) die zijn schoonzoon Cornelis Gerritsz Keur moest betalen voor een stuk land van ongeveer 17 geerzen in Oudkarspel. Ook mijn andere voorouder Reijer Pietersz Molenaar stond borg. Het huurcontract liep t/m 1710. Daarna werd een nieuwe overeenkomst opgesteld over de periode van 1711 t/m 1713. Ook hierbij stond Cornelis weer borg, dit keer samen met Jacob Cornelisz Mocker.
De handtekening van Cornelis in 1708.
Cornelis had land gelegen ten oosten van het land met de naam Beuninghen. Vanaf 1708 wordt Cornelis diverse keren als belending genoemd. Op 13 februari 1713 staat er echter "Cornelis Haerlems erve" als belending. Hij moet dus vlak daarvoor zijn overleden. De boedelverdeling werd op 11 april 1716 bij notaris Cornelis Coningh beschreven, maar is niet bewaard gebleven.
Op 27 januari 1711 moest Neel Meijnders voor het gerecht verschijnen voor het betalen van 10 stuivers omdat haar knecht was bekeurd. Hij had 's-nachts zitten drinken bij Wijbrant Karelsz terwijl hij op wacht stond. Om dezelfde reden werd tegen Cornelis Haarlem een ook boete van 10 stuivers geëist.
Pieter Cornelisz Keijser, de schoonzoon van Cornelis en Aaltje, kocht op 30 januari 1718 van Cornelis Adriaansz Pasies de helft van een stuk grasland genaamd Fockeven. Deze helft was ongeveer 1 gars en 6 snees groot, en de andere helft was van de weduwe Aaltje Jans. Dit land was gelegen ten noorden van de Moorsmeer en stond later op naam van kleinzoon Jan Haarlem (toen echter 11 gars groot).
Aaltje Jans, de weduwe van Cornelis Jansz Haarlem verkocht op 28 januari 1719 haar huis aan haar schoonzoon (in de akte wordt hij haar zwager genoemd) Pieter Cornelisz Keijser onder voorwaarde dat zij haar leven lang in het huis mocht blijven wonen. Ten noorden van het huis stond een pakhuis, en die was ook bij de koop inbegrepen. Het geheel stond op de Buurt in Warmenhuizen, belend de Heerestraat ten westen en de Heerevaart ten oosten. De koopsom van 525 gulden werd geleend door Pieter (vermoedelijk was dit het perceel dat in 1832 bekend stond als sectie B nummer 67).
Niet lang nadat Aaltje haar huis had verkocht kwam zij te overlijden. De erfenis werd op 27 december 1719 bij de notaris in Warmenhuizen verdeeld. Elk van de vier kinderen kreeg 860 gulden en 11 stuivers op onderstaande manier:
Zoon Pieter Cornelisz Coningh
Schoonzoon Cornelis Gerritsz Keur
Het weeskind van Frans Cornelisz Coningh
Schoonzoon Pieter Cornelisz Keijser
Een bedrag van 344 gulden werd nog niet verdeeld.
Dit betrof: