Molenaardigheden

 

 

 

Cornelis Jansz Haarlem alias Coningh & Aaltje Jans

 

Kinderen:

 

1. Pieter

Zie kwartierstaat

 

2. Frans

Geboren ?

Overleden 28 april 1716 te Oudkarspel

Hij is getrouwd op ? met Trijntje Cornelis Paskes

 

3. Guurtje

Geboren ?

Overleden tussen 1720 en 1730 te Warmenhuizen

Zij is getrouwd op ? met Pieter Cornelisz Keijser

 

4. Kniertje

Geboren ?

Overleden na 1722 te (Warmenhuizen?)

Zij is getrouwd voor 1708 met Cornelis Gerritsz Keur

 

Overige gegevens

In 1690 is Cornelis eigenaar van een stuk land van ongeveer 6 geerzen (ruim 1,5 hectare) gelegen bij de Moorsmeer in Warmenhuizen. Het land is genaamd Derren Haes en was belend Focke Ven ten zuiden en Claes Krijnes ten westen.

Cornelis leende geld van de weeskinderen van Aelbert Jacobsz Backer en Jantje Claes, en verbond dit land tot zekerheid. Het bedrag van de lening was 200 gulden en was in januari 1700 geheel afgelost.

 

In januari 1697 kocht Cornelis voor 215 gulden en 5 stuivers een stuk weiland genaamd Pieter Segers Slick. Het land was 5 geerzen en 3 snees (bijna 1,5 hectare) groot en gelegen op de grens van de gemeente Warmenhuizen en Oudkarspel en belend Huijbert Cornelisz Boertjes ten noorden en westen. De verkopers van het land waren de erfgenamen van Pieter Sijmonsz Poorter en Jan Sijmonsz Poorter. In later jaren stond dit land bekend als Poortersleeg.

 

Cornelis kocht op 29 november 1699 de helft van twee akkers land van de erfgenamen van IJsaack Haringhuijsen. De andere helft bleef van IJsbrant Willemsz Schipper uit Egmond aan den Hoef. De ene akker lag ten oosten van het zuideinde van het dorp en was 16 snees groot (belending Cornelis van Leeuwen ten noorden en de Heerevaart ten westen en zuiden) en de andere akker was gelegen op Schoorl Bos en was ongeveer 2 geerzen groot (belending Dirck Adriaensz Stam ten noorden en Cornelis Plugs erve ten oosten). De eerstgenoemde akker was vermoedelijk het perceel dat in 1832 kadastraal bekend stond als sectie B nummer 244.

 

Op 31 maart 1708 staat Cornelis borg voor de huur (144 gulden per jaar) die zijn schoonzoon Cornelis Gerritsz Keur moest betalen voor een stuk land van ongeveer 17 geerzen in Oudkarspel. Ook mijn andere voorouder Reijer Pietersz Molenaar stond borg. Het huurcontract liep t/m 1710. Daarna werd een nieuwe overeenkomst opgesteld over de periode van 1711 t/m 1713. Ook hierbij stond Cornelis weer borg, dit keer samen met Jacob Cornelisz Mocker.

 

De handtekening van Cornelis in 1708

 

Cornelis had land gelegen ten oosten van het land met de naam Beuninghen. Vanaf 1708 wordt Cornelis diverse keren als belending genoemd. Op 13 februari 1713 staat er echter "Cornelis Haerlems erve" als belending. Hij moet dus vlak daarvoor zijn overleden. De boedelverdeling werd op 11 april 1716 bij notaris Cornelis Coningh beschreven, maar is niet bewaard gebleven.

 

Op 27 januari 1711 moest Neel Meijnders voor het gerecht verschijnen voor het betalen van 10 stuivers omdat haar knecht was bekeurd. Hij had 's-nachts zitten drinken bij Wijbrant Karelsz terwijl hij op wacht stond. Om dezelfde reden werd tegen Cornelis Haarlem een ook boete van 10 stuivers geëist.

 

Pieter Cornelisz Keijser, de schoonzoon van Cornelis en Aaltje, kocht op 30 januari 1718 van Cornelis Adriaansz Pasies de helft van een stuk grasland genaamd Fockeven. Deze helft was ongeveer 1 gars en 6 snees groot, en de andere helft was van de weduwe Aaltje Jans. Dit land was gelegen ten noorden van de Moorsmeer en stond later op naam van kleinzoon Jan Haarlem (toen echter 11 gars groot).

 

Aaltje Jans, de weduwe van Cornelis Jansz Haarlem verkocht op 28 januari 1719 haar huis aan haar schoonzoon (in de akte wordt hij haar zwager genoemd) Pieter Cornelisz Keijser onder voorwaarde dat zij haar leven lang in het huis mocht blijven wonen. Ten noorden van het huis stond een pakhuis, en die was ook bij de koop inbegrepen. Het geheel stond op de Buurt in Warmenhuizen, belend de Heerestraat ten westen en de Heerevaart ten oosten. De koopsom van 525 gulden werd geleend door Pieter (vermoedelijk was dit het perceel dat in 1832 bekend stond als sectie B nummer 67).

 

Niet lang nadat Aaltje haar huis had verkocht kwam zij te overlijden. De erfenis werd op 27 december 1719 bij de notaris in Warmenhuizen verdeeld. Elk van de vier kinderen kreeg 860 gulden en 11 stuivers op onderstaande manier:

 

Zoon Pieter Cornelisz Coningh

- verrekening van de schuld aan zijn moeder van 200 gulden en de nog openstaande rente van 24 gulden en 10 stuivers;

- verrekening van diverse bedragen die Pieter al eerder had ontvangen tot een totaalbedrag van 493 gulden;

- verrekening van de huur van de Haarlemerweid over 1716 en 1717 (65 gulden)

- verrekening van restant huur van land genaamd De Spiegel over 1716 (15 gulden en 8 stuivers)

- een zak rogge ontvangen (3 gulden)

- nog te ontvangen van zijn zwager i.v.m. de halve Focke Ven (59 gulden en 13 stuivers)

 

Schoonzoon Cornelis Gerritsz Keur

- verrekening van diverse bedragen die hij al eerder had ontvangen (550 gulden)

- verrekening van de huur van het Haarlemer landt over 1716 en 1717 (45 gulden)

- nog te ontvangen van Pieter Keijser omdat die de halve Fockeven is toebedeeld (120 gulden en 11 stuivers)

- toebedeling van de akker achter het huis, groot 16 snees en een stuk grasland genaamd Poorters Leegh, groot 5 geerzen op Schoorlbos. Na aftrek van 150 gulden achterstallige lasten en 5 gulden maai- en daggeld werden deze twee percelen gewaardeerd op 145 gulden

 

Het weeskind van Frans Cornelisz Coningh

- verrekening van diverse bedragen die Frans Cornelisz al eerder had ontvangen (402 gulden)

- toebedeling van een stuk grasland genaamd De Spiegel, groot 7 geerzen, gelegen ten oosten van de Fockeven (373 gulden)

- nog te ontvangen van Pieter Keijser omdat die de halve Fockeven is toebedeeld (85 gulden en 11 stuivers)

 

Schoonzoon Pieter Cornelisz Keijser

- verrekening van diverse bedragen die hij al eerder had ontvangen (380 gulden)

- het door hem reeds van Aaltje Jans gekochte huis, erf en pakhuis (525 gulden)

- de helft van de Fockeven met het rietland (de andere helft bezat hij al), groot in het geheel 11 geerzen  (360 gulden)

- minus een half jaar kostgeld van Aaltje Jans (30 gulden), de doodschulden van Aaltje Jans (ruim 50 gulden), door Pieter betaalde achterstallige lasten van het huis op het moment van overdracht (30 gulden), door Pieter geleend geld aan Aaltje Jans (28 gulden), en door Pieter aan de andere erfgenamen te betalen (59 gulden en 13 stuivers plus 120 gulden en 11 stuivers plus 85 gulden en 11 stuivers). 

 

Een bedrag van 344 gulden werd nog niet verdeeld.

Dit betrof

- een obligatie t.l.v. Maijert Cornelisz Keunis van de Moriaan ten bedrage van 200 gulden plus 64 gulden rente

- de huur van Evert Cornelisz Krits als gebruiker van Poorts Leegh over 1719 ten bedrage van 30 gulden

- de huur van Pieter Cornelisz Keijser als gebruiker van de helft van de Focke Ven over 1719 (50 gulden).

 

Gastenboek

Contact

Disclaimer, copyright & privacy

Links

Sitemap

 

Top