Molenaardigheden - Levensverhaal van Jan Molenaar
Molen Molen
Molenaardigheden

Verhalen - Submenu

I - Reijer Maertsz Molenaar

II - Marij Reijers (Molenaar)
III - Reijer Pietersz Molenaar
IV - Jan Reijersz Molenaar
V - Pieter Jansz Molenaar
VI - Jan Pietersz Molenaar
VII - Dirk Molenaar
VIII - Jan Molenaar
IX - Dirk Molenaar
X - Petrus Molenaar

Molenaar

 

Inleiding

Jan werd op woensdag 16 augustus 1848 geboren, in de namiddag om half zes. Het was een koele bewolkte en regenachtige dag, en de wind kwam uit het noordoosten (gebaseerd op gegevens KNMI). Het geboortehuis stond in Warmenhuizen en had nummer 29 in die tijd. Nu staat er op diezelfde plek een ander huis (Dorpsstraat 203, iets ten zuiden van de Coco-bar). Vader Dirk, 41 jaar oud, deed de dag na de geboorte aangifte bij de gemeente. Het was het 6e kind van hem en zijn vrouw Geertje Bijl, en dan tel ik de inmiddels overleden Johanna mee. De onderwijzer Jan Gerardus Krijt en de veldwachter Jacob Tromp waren getuige bij de aangifte.
Toen Jan nog maar 9 maanden oud was kwam zijn moeder, Geertje Bijl, te overlijden. Zijn vader hertrouwde met Klaastje Mulder in 1850.

Militaire dienst van Jan

Zowel mijn vader als mijn opa Molenaar zijn nooit in militaire dienst geweest. Toch was ik niet de enige, want mijn overgrootvader Jan Molenaar blijkt ook militair te zijn geweest.
Op 4 januari 1868 werd hij hiervoor geregistreerd, en werd toen als volgt omschreven:

aangezicht: smal
voorhoofd: rond
ogen: bruin
neus: gewoon
mond: idem
kin: rond
haar: bruin
wenkbrauwen: idem
merkbare tekenen: -

Als reden voor vrijstelling werd "platvoeten" opgegeven, maar op 11 maart werd hij aangewezen en moest met ingang van 5 mei 1868 in dienst bij het 4e regiment infanterie.
Jan zat 5 jaar in dienst, en uit de brievenboeken van de gemeente Warmenhuizen en het bevolkingsregister trek ik de conclusie dat Jan in die periode af en toe verlof had en dan ergens als knecht ging werken.

De gegevens uit deze periode:
Op 10 augustus 1869 werd hij bij de burgerlijke stand van Warmenhuizen uitgeschreven naar Oterleek. 25 september kwam hij terug naar Warmenhuizen, en 12 oktober ging hij naar Oudkarspel. De gemeente Warmenhuizen verzocht op 11 januari 1870 per brief aan de officier van het 4e regiment infanterie te Leiden om een verklaring af te geven van werkelijke dienst van Jan Molenaar. Op 27 september 1870 verzond de gemeente Warmenhuizen een ambtelijke brief aan het college van burgemeester en wethouders van Oudkarspel over Jan Molenaar. Het had betrekking op artikel 134 van de "militie wet". Een maand later, op 28 oktober blijkt uit een verzonden brief van de gemeente Warmenhuizen dat alle militaire verlofgangers van de lichtingen 1866 - 1869 (Jan was van lichting 1868) zich hadden aangemeld.
Op 14 maart 1872 verhuisde Jan van Anna Paulowna naar Warmenhuizen (als zijn beroep werd werkman vermeld). De gemeente Warmenhuizen verstuurde die dag een brief naar de burgemeester van Anna Paulowna met de mededeling dat de militair Jan Molenaar zich in Warmenhuizen had gevestigd.
Op 19 maart 1873 verhuisde Jan van Warmenhuizen naar Zd. Scharwoude, en ging in dienst als knecht bij veehouder Arie Zut (geboren op 24-3-1838 te Zd. Scharwoude, zoon van Jan Zut, geb. 1800 en Trijntje W.) De gemeente Warmenhuizen schreef in het kader van de Nationale Militie een brief aan de burgemeester van Zuid-scharwoude met de mededeling dat de verlofganger Jan Molenaar vertrokken was naar diens gemeente.
Nadat op 4 mei 1873 de militaire dienst van Jan Molenaar was beëindigd, verstuurde de gemeente Warmenhuizen op 20 mei 1873 in het kader van de Nationale Militie een brief met paspoort aan de burgemeester van Zuid-scharwoude met het verzoek om dit paspoort uit te reiken aan Jan Molenaar.

Misschien dat ik ooit nog wel eens verder onderzoek ga doen over zijn tijd als militair, maar op dit moment zullen we het hier mee moeten doen.

Huwelijk

In 1877 ging Jan trouwen met Aaltje Mul die ook uit Warmenhuizen kwam. Zij was een dochter van Klaas Mul en Aafje Bruin.
Klik hier voor meer informatie over de ouders van Aaltje.
De huwelijksdatum was 21 april 1877. Op de twee zondagen hieraan voorafgaand vond de afkondiging van het huwelijk plaats. Volgens mondelinge overlevering is Jan in deze tijd voorafgaand aan het huwelijk een keer dronken geweest. Hij zei toen dat dat nooit meer zou gebeuren, en het is ook nooit meer gebeurd daarna. Een enkele keer nam hij nog wel eens een borreltje, bijvoorbeeld tussen de middag.
Getuigen bij het huwelijk waren Willem Ooijevaar (winkelier, 40 jaar oud), Jacobus Boekel (landman, 24 jaar oud), Cornelis Bruin (landman, 27 jaar oud) en Dirk Burger (werkman, 25 jaar oud). Alle getuigen kwamen ook uit Warmenhuizen en waren geen familie van het bruidspaar. Klaastje Mulder, de stiefmoeder van Jan, heeft het huwelijk niet meer meegemaakt. Zij was op 22 januari 1875 overleden.
Jan was 28 jaar oud toen hij trouwde en van beroep werkman. Aaltje, die werkster was, was iets ouder dan Jan, namelijk 29 jaar oud. Ze woonde met haar vader aan het huidige Beemsterpad. Haar moeder was al overleden. Klaas Mul had het huis in 1837 gekocht voor 80 gulden van de familie Buiter. Het huis was al heel oud, vermoedelijk uit de 16e of 17e eeuw. Na hun huwelijk kwam Jan daar ook wonen. Zijn vrouw Aaltje kocht toen de helft van het huis (sectie B nummer 71) van haar vader voor 200 gulden. De oppervlakte van het perceel was 510 m2. Op 20 mei 1877 gingen ze voor de overdracht naar de notaris in Schoorldam.

Huisje aan het BeemsterpadHet huis (achterzijde) van Jan en Aaltje aan het Beemsterpad in Warmenhuizen.

Hun eerste kind was een dochter die ze Aafje noemden, waarschijnlijk vernoemd naar de moeder van Aaltje. Ze werd op 39 december 1877 om 7 uur 's-avonds geboren, en de volgende dag, 31 december deed Jan aangifte van de geboorte.
Op 27 augustus 1879 werd vervolgens hun eerste zoon Dirk geboren om 11 uur 's-avonds.

Erfenissen

Zowel de vader van Jan als de vader van Aaltje kwamen rond 1880 te overlijden. Klaas Mul die in hetzelfde huis woonde als Jan en Aaltje overleed daar op 23 maart 1880 om 11 uur in de ochtend. Hij was 74 jaar oud geworden. Jan deed 24 maart aangifte van het overlijden van zijn schoonvader. Minder dan een jaar later overleed ook zijn vader Dirk op 14 januari 1881.
De erfenissen van zowel Dirk Molenaar als Klaas Mul werden afgewikkeld bij de kantonrechter in Schagen. Op 11 oktober 1883 moesten ze naar Schagen voor de nalatenschap van Klaas Mul. De helft van het huis waar Jan en Aaltje al woonden moest verdeeld worden door Aaltje, Guurtje, Cornelis en Trijntje Mul, de kinderen van Klaas Mul, en ook het kleinkind Klaas Mul deelde voor een vijfde deel mee in dit halve huis. Deskundigen taxeerden het halve huis op 250 gulden. Jan en Aaltje hadden het deel van Trijntje Mul al gekocht vlak voor deze verdeling. Ze moesten nu dus nog een bedrag van in totaal 150 gulden betalen aan de andere drie erfgenamen. Op deze manier kwam het hele huis op hun naam te staan.
De familie Mul zag er (naast Jan en Aaltje) op dat moment als volgt uit:

  1. Guurtje Mul, weduwe van Arie Mekken, wonende te Warmenhuizen. Ze had 5 minderjarige kinderen (Klaas, Jansje, Jan, Maartje en Arie Mekken).
  2. Cornelis Mul, landbouwer, wonende te Zuid Scharwoude
  3. Klaas Mul, minderjarige zoon van Jan Mul (overleden) en Grietje Groot (hertrouwd met Jacob Bleeker en wonende te Warmenhuizen).
  4. Trijntje Mul, getrouwd met Cornelis Schouten.

Precies 2 weken later, op 25 oktober moest Jan weer naar Schagen. Wederom bij de kantonrechter werd daar de nalatenschap van zijn vader Dirk Molenaar afgewikkeld. Hij erfde een deel van het land genaamd "Duvelshoek", kadastraal bekend als gemeente Oudkarspel sectie A nummer 61 en 62, ter grootte van 59 are en 50 centiare. Omdat dit meer waard was dan zijn erfdeel moest hij nog ruim 523 gulden bijbetalen. Daarnaast moest hij ook nog een vijfde deel van de bijkomende kosten betalen.
De betaling van de successierechten over deze erfenis gaf nog wel wat problemen, want dat liep via de deurwaarder.

Kindersterfte

De periode die volgde was er een van geboorte en sterfgevallen van de kinderen van Jan en Aaltje. De kindersterfte was hoog in Nederland in die tijd, en ook Aaltje en Jan ondervonden dit. Op latere leeftijd heeft Aaltje wel eens gezegd: "begonnen ze net leuk te worden en dan gingen ze dood".
Hieronder volgen de details:

7 oktober 1882 wordt dochter Geertje geboren om 03:00 uur.
1 november 1883 wordt zoon Klaas geboren om 18:00 uur.
26 april 1884 overlijdt Klaas om 05:00 uur. Hij was 5 maanden oud.
18 mei 1885 wordt zoon Klaas geboren om 04:00 uur.
6 augustus 1885 overlijdt Klaas om 16:00 uur. Hij was 2 maanden oud.
14 juni 1886 wordt zoon Klaas geboren om 02:00 uur.
9 mei 1887 overlijdt Klaas op de leeftijd van 10 maanden.
23 september 1887 wordt zoon Willem geboren om 09:00 uur.
26 november 1888 overlijdt Willem om 09:00 uur. Hij was 1 jaar en 2 maanden oud.
9 juli 1889 wordt dochter Klasina geboren om 20:00 uur.
25 mei 1890 overlijdt Klasina om 08:30 uur. Zij was 11 maanden oud.
30 maart 1891 wordt zoon Willem geboren om 00:30 uur.
4 juni 1893 wordt dochter Klasina Maria geboren.
17 juli 1894 overlijdt Klasina Maria om 04:30 uur. Ze was 13 maanden oud.
Jan Molenaar deed steeds binnen 2 dagen na de genoemde data aangifte bij de burgerlijke stand in Warmenhuizen.

Alleen Aafje (1877), Dirk (1879), Geertje (1882) en Willem (1891) bereikten een volwassen leeftijd.

Jan Molenaar Aaltje Mul

Mijn overgrootouders, gefotografeerd door C. van der Aa. Links Jan Molenaar en rechts Aaltje Mul.

Landhuur

Jan, die landbouwer, was huurde m.i.v. 25 december 1901 een stuk land genaamd Luikersven of Smidsweidje (kadaster Warmenhuizen, sectie D nummer 11) van de gemeente. De openbare verhuring vond plaats op 5 november 1901 bij opbod aan de hoogste bieder. Jan huurde het land samen met Arie Veter voor ruim 409 gulden voor 4 jaar (tot 25 december 1905). Dit land was weiland geweest, maar Jan en Arie gingen het gebruiken als bouwland. Het was 1,53 hectare groot.
Een van de voorwaarden was dat de huurder elk half jaar 4 praam per 1/42e hectare "goede modderspecie" op het bouwland moest brengen. Dit was om de grond vruchtbaar te houden. De bagger werd uit de sloten gehaald, en omdat dit vaak gebeurde werd de bagger in die tijd wel schaars. Het baggeren werd in Warmenhuizen "modderen" genoemd. De oppervlakte 1/42e hectare klinkt misschien vreemd, maar komt overeen met 1 snees. Ik kan mij herinneren dat mijn vader het nooit over hectares had. Bij de oppervlakte van land had hij het altijd over een hoeveelheid "snees".

Huwelijk zoon Dirk

Op 14 mei 1906 vond het huwelijk plaats van Dirk, de zoon van Jan. Hij trouwde in Schoorl met Petronella Opdam. Haar broer Cornelis Opdam trouwde op diezelfde dag, en Jan Molenaar tekende als getuige bij dit huwelijk van Cornelis.

Nog een erfenis

Simon, de halfbroer van Jan kwam op 21 augustus 1910 te overlijden. Hij was 59 jaar oud geworden, en waarschijnlijk is zijn overlijden voorafgegaan aan een periode waarin hij al ziek was. In 1909 had Simon al land verkocht (sectie D nummer 29) waarbij de opbrengst ruim 2.000 gulden was. Volgens mijn vader is de pastoor bij Simon langs geweest toen hij op sterven lag. Hij vroeg of Simon zijn geld aan de kerk wou geven waarop Simon zei dat hij een arme familie had. Uit zijn testament, die hij op 19 juli 1910 had laten opmaken bij de notaris, blijkt dat hij 500 gulden (verminderd met de begrafeniskosten) legateerde aan de pastoor. Zijn familie werd echter ook niet vergeten. Aan Jan legateerde hij een gedeelte van "De duvelshoek" ter grootte van 44 are en 20 centiare (Oudkarspel sectie A nummer 63) en een stuk bouwland ter grootte van 19,5 aren (Oudkarspel sectie A nummer 22). Aagje en Jacoba kregen elk 600 gulden. Antje kreeg het huis met inboedel met uitzondering van een 3/4e praam en het schuitje. Het huis ernaast was al van Antje. Beide huizen samen kwamen uit de erfenis van hun vader Dirk Molenaar. Ook kreeg Antje een perceel bouwland genaamd "De Ment" gelegateerd. Deze akker was kadastraal bekend als sectie C nummer 192. Het grappige is dus dat deze akker wederom in de familie is, want we hebben het hier over Jan Raije akker. Ooit in 1705 gekocht door Reijer Pietersz. Daarna tussentijds in andere handen, maar in 1772 gekocht door Jan Haarlem en later geërfd door Jan Pietersz Molenaar die het in 1823 verkocht. In 1900 of 1902 had Simon het gekocht en was het land dus voor de derde keer terug in de familie Molenaar, en dat zo'n 300 jaar na de eerste aankoop.
Het schuitje was bestemd voor zijn neef Dirk Molenaar.
Jan en Antje kregen de op het land aanwezige vruchten gelegateerd en werden bovendien ieder voor de helft benoemd tot erfgenaam van Simon. Jan Rozendaal, schoonzoon van Simon zijn halfzus, werd benoemd tot uitvoerder van het testament tegen een beloning van 10 gulden.
Na het overlijden van Simon is de erfenis ook op deze manier verdeeld, hoewel de pastoor hierbij niet meer genoemd werd. Op 24 november 1910 is Jan met zijn zussen en zwager naar de notaris in Schoorldam gegaan voor de afgifte van het legaat.

Van de drie zussen van Jan is bekend dat ze altijd bij elkaar op bezoek kwamen voor hun verjaardag, en dat het cadeau hierbij altijd dezelfde "hul" was. Deze werd dus steeds doorgegeven aan de volgende jarige. Een "hul" is bij de westfriese klederdracht het hoofddeksel voor een vrouw. Het verjaardagsbezoek van de zusters Molenaar was vaak onder het genot van een borreltje heb ik me laten vertellen.

Op 29 december 1910 is in Zuid-Scharwoude Cornelis Mul overleden. Hij was de broer van Aaltje en was 70 jaar oud geworden.

Het kloosterleven van dochter Geertje

Geertje, de dochter van Jan, kwam op een gegeven moment met de mededeling dat ze in het klooster wou. Ze was een leuke vrolijke meid waarvan je dat niet zou verwachten. Haar vader Jan geloofde ook niet dat ze zo lang van huis kon blijven. Hij zei: "ga eerst maar een jaartje dienen". Met "dienen" werd bedoeld om als dienstbode te werken. Op 22 januari 1908 verhuisde Geertje vanuit Warmenhuizen naar Wervershoof waar ze bij een ±62-jarige weduwnaar (Meindert Kaagman) ging wonen en werken als diensbode. Na ruim een jaar, op 24 februari 1909 verhuisde zij naar het klooster in Blerick bij Venlo. De weduwnaar Meindert Kaagman, die schuitenmaker van beroep was, hertrouwde daarna op 4 augustus 1909.
De congregatie waar Geertje introk was Engels of Zuid-Afrikaans. Geertje is nooit meer teruggekomen naar Warmenhuizen, want dat mocht voor zover ik weet in deze kloosterorde niet.
In september 1909 schreef Geertje een briefkaart aan haar zus Aafje vanuit London waar zij op dat moment is. Ze schreef dat ze vrijdagmiddag om 12 uur zou afvaren. Een andere briefkaart, gericht aan haar vader Jan, schreef ze vanuit Keulen, waar ze net de Dom had bekeken. Ze bedankte voor de mooie brief van haar ouders en zei dat haar besluit vast was gebleven. Ik neem aan dat ze met dit besluit haar keuze voor het kloosterleven bedoelde. In juli 1911 schreef Geertje een briefkaart aan haar familie waarin ze schreef "dat ik het groote geluk heb mijn H. Profescie te mogen maken 17 Julij aanstaande". De briefkaart is van Ierland (Trim), maar ik weet niet zeker of ze zich daar op dat moment ook bevond. Later is Geertje vertrokken naar Zuid-Afrika waar ze de rest van haar leven is gebleven. Dit klopt ook wel met de informatie die ik over deze kloosterorde heb ontvangen. De meisjes die in wilden treden bleven een paar jaar in Engeland en gingen daarna naar Zuid-Afrika. Het huis in Blerick is in de 2e wereldoorlog verwoest.

Geertje MolenaarGeertje Molenaar
(fotograaf C. van der Aa)

Onroerend goed

Op 6 juli 1912 kocht Jan een perceel bouwland en water van Dirk Mosch Pz. Het was gelegen in de kadastrale gemeente Oudkarspel, ten westen van de Moorsmeer. Het land, sectie A nummer 20 was 23,6 are groot, en het water, sectie A nummer 21 was 10,3 are. Het bedrag wat Jan betaalde voor dit land was 1.000 gulden.
Vlak daarna op 22 juli 1912 kocht Jan opnieuw land van dezelfde Dirk Mosch. Dit keer was het een stuk bouwland van 22 are groot voor een bedrag van 585 gulden. De kadastrale aanduiding was Warmenhuizen, sectie D nummer 812. Sectie D lag ten zuidwesten van het dorp Warmenhuizen.
Ook huurde Jan land erbij. Op 19 december 1912 op een openbare verhuring van de landerijen van de familie Frans huurde hij o.a. samen met Pieter Molenaar (een achterneef) sectie D nummer 67 (Brugslootakkers) ter grootte van 20,2 are.

Tijdens een openbare verkoping werd op 4 februari 1913 in het koffiehuis van de heer Lingerak een huis en erf aan het Beemsterpad in Warmenhuizen verkocht door Theodorus Kraakman. Het werd in 3 delen (huis met erf en nog 2 stukken erf) aangeboden.
Jan Molenaar kocht het geheel voor 2.405 gulden. Het onderhoud van de brug naar de openbare weg kwam voor de helft voor zijn rekening. Hij kon het huis aanvaarden op 1 mei 1913. Zijn zoon Dirk ging met zijn gezin in dit huis wonen. Jan woonde ook aan het Beemsterpad, iets westelijker. Het oudste gedeelte van het gekochte huis is vermoedelijk omstreeks 1877 nieuw gebouwd. In 1901 is er een kooldars (schuur) aangebouwd.

Begin 1919 is op naam van Aaltje Mul door de gemeente een bouwvergunning afgegeven om een koolschuur te bouwen aan het Beemsterpad. Voor die tijd had op deze plek al een houten schuur aan de slootkant gestaan die Jan Molenaar ooit had geplaatst. Nu kon dus met de bouw van een nieuwe schuur worden begonnen. De kadastrale aanduiding van het perceel blijkt nu anders te zijn. Niet meer sectie B nummer 71 maar nummer 626. De strook grond aan de zuidkant is dus tussen 1883 en 1919 verkocht. De oppervlakte ging van 5,1 are naar 3 are en 8 centiare.

Met ingang van 26 december 1913 huurde Jan ook weer land van de gemeente. Het was een stuk weiland genaamd Middeldel zuidelijk gedeelte (sectie D nummer 62) en het was bijna 1 hectare groot. De huur was 289 gulden en 80 cent per jaar waarbij Pieter Molenaar zich borg stelde. De huurperiode eindigde 4 jaar later op 24 december 1917.

Herinneringen van kleinzoon Piet

Kleinzoon Piet Molenaar (mijn vader) die in juli 1913 was geboren had de volgende herinnering aan zijn opa: Jan nam op brood wel eens spek. Het stuk spek hing aan de stoelleuning, hier sneed hij wat van af, en sneed het tot blokjes die hij dan op zijn brood deed. Piet kreeg dan ook wel eens een stukje.
Volgens mijn vader was zijn oma Aaltje Mul wel een vrijgevig persoon. Als hij iets wou hebben ging hij altijd naar oma die dan zei "daar komt niks van, dat is veel te duur", maar vervolgens kreeg hij het wel, zoals bijvoorbeeld een stoommachine.

Sterfgevallen

Op 22 juni 1915 overleed in Heerhugowaard Petrus Brink op 74-jarige leeftijd. Hij was getrouwd met Aagje Molenaar, en dus een zwager van Jan. Op 25 juni werd hij begraven.

Op 15 november 1915 's-ochtends om acht uur kwam Jan zelf te overlijden op de leeftijd van 67 jaar. Zijn zoon Dirk deed diezelfde dag aangifte bij de gemeente. Jan is op 18 november begraven in Warmenhuizen op het R.K. kerkhof.

Aaltje Mul kreeg na het overlijden van haar man ook nog het overlijden te verwerken van haar zussen Trijntje Mul op 29 november 1917 in Schoorldam en Guurtje Mul op 2 januari 1918 in Warmenhuizen.

Aaltje was ook een vrij grote vrouw, wat niet zo opviel omdat ze voorover gebogen liep. Toen ze overleed was er een grotere kist nodig dan in eerste instantie voorzien. Ze overleed op 30 november 1929 om 17:00 uur in het huis aan het Beemsterpad nummer 2. Ze was 81 jaar oud geworden. Op 2 december deed haar zoon Willem aangifte bij de gemeente, en op 3 december werd Aaltje begraven op het R.K. kerkhof in Warmenhuizen.

De nieuwe tenaamstelling van de nagelaten onroerende goederen werd in oktober 1930 bij het kadaster geregistreerd.
Dirk erfde het huis waar hij in woonde, en de landerijen in Oudkarspel, sectie A nummer 401, 20, 21 en 22 ter grootte van 1 hectare, 5 are en 70 centiare. Met onderling goedvinden werd dit gewaardeerd op 4.470 gulden zodat hij 1.865 gulden moest bijbetalen omdat zijn aandeel in de erfenis 2.605 gulden was.
Willem erfde het ouderlijk huis met de schuur en het erf, en bouwland in Warmenhuizen sectie D nummer 285 en 812. Hij moest 1.420 gulden bijbetalen.
Aafje erfde het bouwland "De Duvelshoek" (Oudkarspel sectie A nummer 61, 62 en 63) plus een bedrag van 680 gulden.
Geertje die "religieuse" werd genoemd en in Johannesburg in Zuid-Afrika woonde, liet zich door haar broer Willem vertegenwoordigen. Zij erfde een bedrag van 2.605 gulden.

Het volgende verhaal

Het volgende verhaal gaat over mijn opa Dirk Molenaar, de zoon van Jan en Aaltje die net als zijn vader landbouwer in Warmenhuizen werd.

 

Vorige verhaal

Volgende verhaal

Top