TERUG
(naar bronnen Reijer Pietersz)
TERUG
(naar bronnen Abram Reijersz)
24 augustus 1679
Wij Corn. Sijmonsz. Gorter Schout over Noort Schermer Engel Corn. Kuijper
ende Aerjan Jansz Hensbroeck schepenen tot Schermerhorn oirconden
ende kennen dat voor ons gecomen ende gecompareert is, Abraham Reijersz. kooren moolenaer tot Veenhuijse de welcke kende ende gelijde voor hem
ende sijne erfgename deughdelijck schuldigh te wesen Reijer
Pietersz sijnde het nagelaten wees van saliger Pieter Jacobsz ende Marij Reijers
staende et selve kint ofte den wettigen houder deses een somma van driehondert
Carolij guldens te XL groote vlaems 't stuck ter saake bijde comparant ten ontfangen uijt handen van Jan Reijersz
ende Maerten Reijersz wettigh. vooghde over 't voornte. weeskint sijnde met de selve voors. somme 300
gulden ter weeskamer op Suijtschermer verticht Welcke voorsz. somme hij
comparant aengenomen heeft op los renten te houden tegen vijf gelijcke guldens ten hondert int
Jaar (soo langh het met gemoede sal blijven staen) waer van 't eerste jaer rente
verscheenen ende omme gekoome sal sijn op den eersten augusto Anno 1680, en dat soo voort van
Jaer tot Jaer geduerende tot de uijterlijcke aflossinge ende voldoeninghe toe,
verbindende daer vooren hij comparante tot een speciael hijpoteeqe
ende onderpant twee Jaer custingh penning van de Jaers 1684 ende 1685 monteerende de somme 600
gulden houdende op Aerjen Willemsz de kooren moolenaer alhier tot Schermerhorn volgens de kusting. brief van dato den 29 april
Anno 1675 alhier voor ons schout ende schepenen gepasseert sijnde den selven ten behoeve van hem comparanten voors.
Voorts sijn persoon ende goederen geneeralijck alle sijne roerende, onroerende goederen present
ende toecomende egeene exempt Submiteerende deselve daar vooren ten bedwangh als nae rechten
ende executie alles oprecht dies t oirconde soo hebben wij Schout
ende schepenen. voornoemt deses geondertekend Actum den 24en augustie 1679.
w.g. Corn. Gorter Schout / Aerien Jansen / heen breck / Engel Cornelis Kuijper / Corn. Mates
(Kantlijn:)
Op den 20
Junij Anno 1684 is dese ten versoeck van de voogden over Reijer Pietersz. hier ter zijden genoemt geroijeert.
Bij mij secretaris Corn. Mates
Dese is vrij van de XLen
penning.
| Klik hieronder voor een foto van
het originele document (1 pagina, 270 kB) |
|
|
| |
(Oud
Rechterlijk Archief Schermerhorn, inv. 6308 transporten en hypotheken)