Molenaardigheden

 

Bronnen

 

 

TERUG

 

11 februari 1711

Op huijden den XIe februarij 1711 hebbe ick Cornelis Coningh Notaris Publicq bij den Edele Hove van Hollandt geadmitteert en Residerende Secretaris binnen der vrije heerlijcheijt Warmenhuijsen, mij met ende beneffens de nagenoemde getuijgen uijt den Naam ende van weghen den E. Reijer Pietersz Molenaar, mede woonagtigh tot Warmenhuijsen voorsz. mij vervoegt ende getransporteert aan Jacob Cornelisz Keesmaat, wonende tot Crabbendam, en aan de selve gedaan de naevolgende insinuatie en protestatie als namentlijck

Dat den insinuant in gemeenschap is hebbende met ue geinsinueerde seecker Huijs, Erve en Backerij, met desselfs gereetschap, mitsgaders sodanigh Regt, ende geregtigheijt, als het selve voor desen is gepossideert ende beseten geweest, staande ende geleghen tot Crabbendam bij de Overtoom inde Banne Van Warmenhuijsen belendt de Haven ten zuijden, de Heerevaart ten oosten, ende den dijck ten westen, door welke gemeenschap tusschen den Insinuant en ue geinsinueerde diverse malen questien, moeijelijcheden, ende onenigheden sijn ontstaan, en om sulcx te eviteren, soo sijnde den insinuant te Raden geworden om het bovengemelde huijs etc. in een Handt en Eijgendom te stellen om sodanigh eens van de Reuisie te geraacken, alwaar omme ick Notaris uijt de Naam vande voornoemde Reijer Molenaar presentere, de geregte helft van 't voorsz Huijs, Erve etc., met sodanigh Regt, ende geregtigheijdt, als het voor desen is gepossideert ende beseten geweest, Aan ue geinsinueerde over te geven mits daar voor aan den insinuant te betalen de somma van ƒ 250 gl. vrij ende gereet gelt, of anders ue geinsinueerde geregte helft over te nemen, en aan ue geins. vrij ende gereet gelt te betalen de somma van ƒ 250 gl. als vooren is gemelt, gelijck hij insinuant voor desen al diverse malen aan ue geins. selfs mondelingh heeft gepresenteert En bij refuis, of eenigh verder dilaij van aanneminghe ofte overgevinghe, protesteert den insinuant van alle kosten schaden en intressen alreede gehadt ende geleden en nogh te hebben, doen en lijden, Alles te verhalen daar en soo hij insinuant te Rade worden sal, versoeckende daar op ue geinsinueerdens antwoort, daar op den geinsinueerde tot antwoort gaff, Ick consentere niet mijn Paart van 't Huijs over te gheven, nogh wil molenaars Paart van 't Huijs voor dat gelt te weten 250 gulden niet hebben, ten zij dat de Backers die daar in kome wonen, haar vrijigheijt moghen hebben, om te laeten malen waar dat sij willen, en als molenaar dat toestaadt dan neme Ick molenaars paart aan, Aldus gedaan geinsinueert en geprotesteert ten Huijse vande geinsinueerde voornoemt en dat in presentie van den E. Pieter Haringcarspel Burgermeester en Willem Lammersz Schipper als getuijgen hier toe versogt.

(was get.)

P: Haringcarspel / Willem Lamberts Schipper / C: Koningh

 

(Oud Notarieel Archief, Warmenhuizen, inventarisnummer 5139 folio 88)

 

Gastenboek

Contact

Disclaimer, copyright & privacy

Links

Sitemap

 

  

Top