Molenaardigheden - Levensverhaal van Pieter Jansz Molenaar
Molen Molen
Molenaardigheden

Verhalen - Submenu

I - Reijer Maertsz Molenaar

II - Marij Reijers (Molenaar)
III - Reijer Pietersz Molenaar
IV - Jan Reijersz Molenaar
V - Pieter Jansz Molenaar
VI - Jan Pietersz Molenaar
VII - Dirk Molenaar
VIII - Jan Molenaar
IX - Dirk Molenaar
X - Petrus Molenaar

Molenaar

 

Inleiding

Pieter werd geboren in november 1730 en vlak daarna Rooms Katholiek gedoopt op vrijdag 10 november 1730 in 't Velt, een dorp bij Niedorp tussen Alkmaar en Schagen. De ouders waren Jan Reijersz Molenaar (ongeveer 32 jaar oud) en Maartje Cornelis Cramer. Getuige bij de doop was Treijn Cornelis, een zus van de moeder. Het weer was wisselvallig die dag, de wind kwam uit het zuidwesten en het was ongeveer 8 graden. (KNMI). De geboorteplek lag in Winkel, een dorp in de buurt van 't Velt. Het ouderlijk huis was gelegen bij de korenmolen, ten noordwesten van "de bosch", ten westen van de vaart en ten oosten van de weg (volgens mij is dat nu de Bosstraat).

Pieter groeide op met zijn broers en zussen bij de molen in Winkel. Na zijn geboorte komen we hem in 1751 voor het eerst tegen in de archieven. Hij was toen 21 jaar oud en knecht op de molen van zijn vader. Op 5 december van dat jaar ging hij samen met zijn vader naar Alkmaar om een notariële akte te ondertekenen waarin ze verklaarden zich aan de regels voor korenmolenaars te houden.

Handtekening Pieter Jansz Molenaar en zijn vaderDe handtekening van Pieter Jansz Molenaar, geplaatst onder die van zijn vader.

Huwelijk en schenking van een huis

Op 31 december 1757, hij woonde toen nog in Winkel, ging hij in ondertrouw met Neeltje Dirks uit Zijdewind. Zowel het wettelijk als het kerkelijk huwelijk vonden plaats op 15 januari 1758. Het was een koude dag, en de dagen erna zou het nog kouder worden. Het kerkelijk huwelijk was in de RK parochie van 't velt onder Nieuwe Niedorp. Pieter was toen 27 jaar oud.

Klik hier voor een fotokopie van de huwelijksakte.

Het huis waar ze gingen wonen kreeg Neeltje Dirks geschonken van Aaltje Jans, de weduwe van Jan Cornelisz Rib, die op dat moment in Alkmaar woonde. Neeltje was familie van deze Aaltje Jans, en ze had ook voor haar gewerkt als "dienstmaagt". Jan Cornelisz Rib(kes) was van beroep bakker geweest. In de akte van 22 maart 1758 waarin de schenking vermeld staat is ook de ligging van het huis nader toegelicht. Het huis stond in Zijdewind aan de westkant van de weg. Aan de noordkant van het huis woonde Klaas Jansz Spelt. Aan de zuidkant was een bakkerij die nu van Aerjen Pietersz Buijs was. Blijkbaar was die er ook net komen wonen. Aan de noordkant van deze bakkerij had deze bakker recht van overpad van 6 voeten breed over het erf van Pieter en Neeltje, zowel naar het oosten naar de weg als naar het westen naar het water toe. Verder was het geschonken huis en erf nog belast met een erfpacht van 5 stuivers die elk jaar op Hemelvaartsdag aan de kerk van Oude Niedorp betaald moest worden. Voor de belasting werd het huis gewaardeerd op 50 gulden.
Ook een broer van Pieter ging rond die tijd trouwen. Op 31 maart 1759 vond het kerkelijk huwelijk van Reijer Jansz Molenaar plaats op Texel. Hij trouwde daar met Jantje Cornelis Veeger, en had zich voor die tijd al gevestigd op dat eiland. Hij woonde in Den Burg, en Jantje kwam van De Koog. In 1764 woonde Reijer "in de Schans" op Texel, en kocht toen met geleend geld 2 koeien en 19 schapen.

Kadastraal kaartje van Zijdewind

Kadastraal kaartje van Zijdewind uit 1832 (linksboven is het noorden).
Perceel nummer 283 is de plek waar Neeltje en Pieter woonden. Perceel nummer 288, op de hoek bij de kerk, zou vanaf 1791 bewoond worden door Maartje Jans Molenaar, een zus van Pieter. Onderaan, ongeveer op perceel 195 t/m 197 had de korenmolen van Claas Pietersz Molenaar gestaan. Dat was een neef van de opa van Pieter. In perceel 286 was een hoefsmederij gevestigd. De straat heet nu Havenstraat, en de kerk is inmiddels verdwenen.

Het eerst kindje van Pieter en Neeltje werd gedoopt op 22 oktober 1758 in de RK parochie van 't Velt. Het zoontje kreeg de naam Jan, en werd waarschijnlijk vernoemd naar de opa Jan Reijersz Molenaar. Doopgetuige was Maartje Jans van Alkmaar. Wie dit was weet ik niet. Het zou de zus van Pieter kunnen zijn geweest, of misschien wel de zus van degene van wie ze hun huis hadden gekregen (Aaltje Jans).
In de jaren erna volgden nog 5 kinderen. Hieronder een overzicht:

Anna werd gedoopt op 30 januari 1760. Doopgetuige was Maartje Jans van Winkel
Cornelis werd gedoopt op 28 november 1761. Doopgetuige was Trijntje Jans van Winkel
Cornelis werd gedoopt op 14 januari 1763. Doopgetuige was Treijn Jans van Winkel
Maria werd gedoopt op 2 april 1764. Doopgetuige was Treijn Jans van Winkel
Joannes werd gedoopt op 23 september 1767. Doopgetuige was Sijmon Jansz Molenaar van Winkel

Uit de belastinggegevens kunnen we nog wat informatie over het huis van Pieter en Neeltje vinden. Het huis had nummer 118, en het erf erbij was 1 snees groot. In de tijd voordat Neeltje het huis had gekregen stond huisnummer 122 ernaast vermeld, en dit huis was ook van Aaltje Jans. Het lag iets verderop, in de buurt van de kerk en de school. Opvallend is dat Pieter Jansz Molenaar op 15 november 1761 niet alleen de belasting voor huisnummer 118, maar ook voor huisnummer 122 betaalde hoewel dit laatste huis op naam stond van Aaltje Jans.
In 1764 kregen Pieter en Neeltje nieuwe buren. De bakkerij aan de zuidkant werd verkocht aan Cornelis Dirksz Bakker. Zou dit een broer van Neeltje zijn geweest? In datzelfde jaar werd het huis (nr. 122) van Aaltje Jans, die weduwe van een bakker was, verkocht aan Jacob Garmens.
Trijntje Jans Molenaar, de zus van Pieter die vaak doopgetuige was bij zijn kinderen, ging op 18 januari 1767 trouwen met Sijvert Tijsse. Het huwelijk vond plaats in Haringhuizen bij Barsingerhorn. Trijntje was niet eerder gehuwd geweest, maar Sijvert was weduwnaar. Hij was vermoedelijk net als zijn vader timmerman van beroep.

Neeltje als weduwe

Op 4 januari 1771 blijkt dat Pieter al overleden is. Hij is dus niet ouder dan ongeveer 40 jaar geworden. Zijn vrouw Neeltje was op dat moment een weduwe met 3 kinderen. Zij is daarna in Zijdewind blijven wonen.
Vermoedelijk had zij een kostgangster genaamd Maartje Garmens. Uit de rekeningen van de armenmeesters blijkt namelijk dat Neeltje Dirks in de periode van Pasen 1769 tot Pasen 1770 een bedrag van 50 gulden kreeg voor 33 weken kostgeld van Maartje Garmens. Ook daarna kreeg Neeltje elke 13 weken kostgeld tegen een tarief van 30 stuivers per week. In de periode Pasen 1771 tot Pasen 1772 gebeurde dit voor het laatst. Toen werden ook de goederen van Heertje Jacobs en Maartje Garmens uit Zijdewind in het openbaar verkocht.
In 1780 werd Neeltje nog genoemd toen het huis van haar buren aan de noordzijde werd verkocht. In 1788 woonde ene Gerrit Bruijn op de plek waar Neeltje had gewoond. Vermoedelijk is Neeltje dus tussen 1780 en 1788 overleden. Een verkoopakte van het huis ben ik echter niet tegengekomen in het register waarin dit zou moeten staan.
De spullen van Jan Molenaar werden in 1784 in bewaring gegeven bij Jacob Kuijper. Welke Jan Molenaar dit betrof stond er niet bij, maar het zou kunnen dat de zoon van Neeltje en Pieter werd bedoeld.

Het volgende verhaal

Het volgende verhaal gaat over Jan Pietersz Molenaar, de zoon van Pieter en Neeltje die zich in Warmenhuizen vestigde.

 

Vorige verhaal

Volgende verhaal

Top