![]() |
Molenaardigheden | ![]() |
|
Petrus Molenaar (1913 - 1991) Geboorte Petrus Molenaar, mijn vader werd geboren op 12 juli 1913. Het was een zaterdagmorgen, mooi weer, veel zon, en weinig wind (KNMI), en m'n opa, bijna 34 jaar oud, was die ochtend nog naar het land gegaan om te werken. Toen hij terugkwam was z'n vrouw Petronella Opdam inmiddels bevallen van een zoon (geboren om kwart voor negen). Rie en Jan hadden er dus een broertje bij. Nog diezelfde dag ging mijn opa aangifte doen bij de burgerlijke stand van de gemeente Warmenhuizen. Het kind kreeg de naam Petrus, waarschijnlijk vernoemd naar mijn overgrootvader Pieter Opdam die in Schoorl woonde. Mijn vader was geboren in het huis aan het Beemsterpad, helemaal aan het einde, over de brug. De sloot waar deze brug over ging is nu de Molenaarweg, vernoemd naar een verre achterneef. In de geboorteakte werd het huis nog Wijk A nummer 160 genoemd. Als getuigen bij de aangifte waren Klaas de Geus en de veldwachter Nicolaas Ham.
De
jeugdjaren van Piet Op
25 april 1918 werd Piet
ingeënt tegen pokken. Dit vond plaats op school. Hij
was waarschijnlijk een beetje een deugniet. Ik heb geen 100% zekerheid over mijn
bronnen, maar op school trok hij bij meisjes wel eens aan hun paardenstaart, en
hij (of heeft hij het anderen zien doen?) gooide stenen in de sloot precies op
de plaats waar de WC boven sloot stond op het moment dat iemand binnen was. Een
verhaal waarbij hij zelf niet betrokken was is de volgende: tijdens de kermis
(ik denk Schoorldam) gingen een aantal stevige mannen allen aan één kant in de
zweef zitten. De hele zweef viel toen om.
Een
keer had mijn vader het over "Piet Dieuwer". Navraag leerde dat hij
peettante Dieuwertje Waagmeester bedoelde. Mijn vader dacht als klein kind dat
ze een heks was. Het was een oude vrouw die aan het eind van de Achterweg in
Schoorl woonde (zus van Maria Waagmeester, de oma van Piet). Piet
kwam wel eens in Schoorl. Als klein jochie mocht hij de huur voor de "Dorusakker"
naar Schoorl brengen, want daar woonde de verhuurder van deze akker. Hij ging
dan met de stoomtram vanuit Warmenhuizen. Van z'n oom "Zwarte Willem"
kreeg hij dan een kwartje om halverwege op te steken in het café in Schoorldam.
In latere jaren heeft Piet dit geld opgespaard om er andere dingen mee te doen. Ook
woonde in Schoorl de familie van z'n moeder. Klaas Opdam, de broer van z'n
moeder, had een T-ford, en Piet mocht ook wel een meerijden. Vermoedelijk was
dit de eerste automobiel in Schoorl.
Vanaf
ongeveer 1928 heeft hij een tuinbouwcursus gevolgd. Dit had hij te danken aan z'n oom
"Zwarte Willem". De cursus duurde twee winters, en in de zomer werd er
geen les gegeven. Het waren twee avonden in de week (ongeveer 3 uur per avond)
en de lessen vonden plaats in het schoolgebouw aan de Stationsstraat. Aan het
eind kreeg hij een prachtig getuigschrift welke tot op de dag van vandaag
bewaard is gebleven.
Waar hij
erg goed in was, was
turnen. In zijn jeugd zat hij op de gymvereniging in Warmenhuizen. Tijdens
wedstrijden haalde hij in regionaal verband (kop Noord-Holland) zelfs 1e en 2e
prijzen.
In Militaire dienst is Piet niet geweest. Net als z'n broer
Jan is hij hiervoor afgekeurd. Toen in 1940 de oorlog uitbrak hoefde hij dan ook
niet onder de wapenen.
Aankoop land Samen met z'n broers Jan en Simon had Piet een perceel land
gehuurd met de naam "De Groet". De verhuurder was de Nuts spaarbank te
Haarlem. Deze had de akker opgekocht in 1932 van de familie Frans. Dit was een
rijke familie in Warmenhuizen die in de crisisjaren failliet ging. Omdat de
opbrengst bij de openbare verkoping in 1932 waarschijnlijk niet hoog genoeg was
heeft de bank (schuldeiser) het land zelf gekocht. In juni
1944 hebben de gebroeders Molenaar het land uiteindelijk van hun
verpachter gekocht voor de som van 7.000 gulden. De oppervlakte was 3 hectare,
45 are en 70 centiare en kadastraal bekend gemeente Warmenhuizen, sectie D
nummer 80. Later in 1950 verkocht Simon zijn deel aan Jan, en in 1955 kocht Piet
2/3e deel van Jan zodat de gehele akker op naam van Piet kwam.
Sterfgevallen De
vader van Piet overleed op 20 september 1944, en in datzelfde jaar overleden ook
z'n neef Piet Opdam (op 9 november) en z'n zwager Gert Polle (op 9 december).
Z'n neef had in militaire dienst een vreemde ziekte opgelopen en heeft daarna
jarenlang ziek op bed gelegen. Acht jaar lang heeft hij veel geleden. Hij
overleed op de leeftijd van 28 jaar, en was het enige kind van Jaap opdam en z'n
vrouw Mien Jonker. Deze Jaap Opdam was bijenhouder. Dat was z'n hobby. Cornelis
Opdam, een oom uit Schoorl, overleed op 7 november 1947, en op 25 oktober 1948
overleed ook Petronella Opdam, de moeder van Piet. In
1949 overleden vervolgens ook z'n tantes Geertje Molenaar (op 7 juli) en Afie
Molenaar (op 8 december). Afie is op 10 december in Warmenhuizen begraven.
Geertje was in Zuid-Afrika, in New Castle, overleden aan blaaskanker. Voor die
tijd heeft ze jarenlang met een stok gelopen. Ze had Artritis. Het grootste deel
van haar kloosterleven heeft ze in New Castle gewoond. Ze werkte daar in de
wasserij. Zij heeft gedurende haar kloosterleven haar familie in Nederland nooit
meer kunnen zien. In een brief, ongeveer uit 1946 gericht aan Rie Molenaar (de zus van Piet) en haar man
Wim schreef zij o.a.: "ik zou wel gaarne eens een kijktje bij te nemen,
doch dat zal wel niet gaan, doch ik hoop dat ik van uit de Hemel, het kan zien,
vergeet het portret niet, want dan kan ik mij zoo iets voorstellen, veel ben ik
met mijn gedachten en verbeelding in Uw midden doch het zal wel veel anders
wezen als ik het in werklijk zag"
Huwelijken Piet
z'n zus Truus ging op 19 november 1947 trouwen met Adrianus Sneekes. Z'n broer
Simon was eerder dat jaar, op 14 mei al getrouwd met Geertruida Goudsblom. Ook
z'n zus Ali ging weer trouwen. Haar 2e man was Jan Bleeker. Dit
huwelijk vond plaats op 9 januari 1949 in Tuitjenhorn.
Piet
zelf, die ongeveer in 1946 waarschijnlijk nog een maagzweer had gehad, ging in
1950 trouwen. Het verlovingskaartje vermeld de datum 1 januari 1950. Bep
Verbiest, met wie hij ging trouwen, woonde op dat moment in Castricum. Van
geboorte kwam ze uit Noord-Brabant. Haar vader kon in de twintiger jaren werk
krijgen bij de Zuiderzeewerken. Het gezin volgde, en op die manier kwamen ze
naar Noord-Holland. Ze woonden o.a. in een keet op een werkeiland bij de
Wieringermeer die net ingepolderd werd. Tijdens een novemberstorm in 1928 heeft
haar moeder een zware longontsteking opgelopen, en nadat ze naar Medemblik was
overgebracht is ze daar overleden. Bep was nog maar 7 jaar oud toen haar moeder
overleed. Het
huwelijk van mijn ouders vond plaats op zaterdag 10 juni 1950. De H. Mis was op
10 uur in de Parochiekerk van de H. Pancratius in Castricum. De receptie was van
3 tot 5 uur in de Van Egmondstraat 5 in Castricum. Dat was de dansstudio van
mijn oom Piet Verbiest die dansleraar was. Het was warm weer die dag, en de soep
bleek bedorven te zijn, dus moest er nog snel voor andere soep gezorgd worden.
Mijn ouders gingen die dag waarschijnlijk met de vrachtwagen van een kennis (Jan
Louter uit Schoorl) naar huis in Warmenhuizen. Het
wettelijk huwelijk had op 5
juni al plaatsgevonden. Ze gingen in Warmenhuizen wonen in het
ouderlijk huis van Piet. Het huis werd verbouwd tot twee wooneenheden. De
bouwvergunning was op 27
april 1950 al aangevraagd, en de werkzaamheden, uitgevoerd door
timmerman (tevens buurman) Jo Kemper, werden gestart op
8
november 1950. Het noordelijke gedeelte, wat tot die tijd een
koolschuur was, werd tot woning verbouwd. Hier ging Jan Molenaar, de broer van
Piet, wonen. Nadat ook Jan in 1955 ging trouwen, verhuisden mijn ouders naar dit
noordelijke gedeelte. Het andere (zuidelijke) gedeelte werd vanaf dat moment
verhuurd.
Ruilverkaveling "Het
Grondgat", een akker die in eerste instantie door Simon was geërfd, werd
in 1955 door Piet verkocht voor 70 gulden per snees aan Jaap Dekker, de vader
van Thijs. "De
Zuidkant van de meer" en "De Groet" kwamen dat jaar voor het
geheel op naam van Piet. (vlak voor de ruilverkaveling kocht hij daarnaast ook
de kadastrale nummers A 23, 24 en 25 uit de erfenis van z'n oom Willem Molenaar.
Ook dat land werd "Zuidkant van de meer" genoemd. In 1957 kocht hij
daarnaast ook "Het Bessenweidje" van Cornelis Pieter Frans. Dit
weiland was 1 hectare, 64 are en 70 centiare groot en lag vlak bij "De
Groet" op de hoek van de huidige Diepsmeerweg en Rekerkoogweg. Het bouwland
"Dorusakker", ongeveer gelegen op de plek waar nu de straat Dorusakker
ligt, kocht Piet op 15 maart 1967 van Guurtje Stadegaard uit Schoorl. Al vele
tientallen jaren daar aan voorafgaand was deze akker al gehuurd door de familie
Molenaar. Het was 59,7 are groot. Van de gemeente huurde Piet ook nog de "Hollebol",
een stuk weiland aan de oostkant van het dorp (waarschijnlijk kadastraal sectie
B 239 en B 240). Ook huurde hij "De Heen" van de gemeente. Deze huurde
de familie Molenaar al sinds 1933.
Door in de onderstaande tabel op 'toon kaart' te klikken kunt u de ligging van sommige van bovenstaande landerijen bekijken met Google maps:
En toen kwam dus de ruilverkaveling. Voor de oorlog werd er al over gesproken, maar eind zestiger jaren verschenen dan uiteindelijk de bulldozers, hijskranen en kiepwagens in en rond het dorp. Voor mij, ik was een jaar of zeven, een prachtige gelegenheid om in zand en modder te spelen. Een idyllisch landschap van sloten, bruggetjes en duizenden eilandjes verdween voorgoed. De schuitjes van mijn vader werden ingeruild voor een Massey Ferguson tractor. Z'n land kwam nu op één plek te liggen, in de noord-west hoek van het kruispunt van de Diepsmeerweg en de Rekerkoogweg (ten dele op de plek van "De Groet" en "het Bessenweidje". Met de ruilverkaveling verdween ook het gebruik om de akkers bij naam te noemen. Sommige akkernamen zijn terug te vinden in de straatnamen van de nieuwbouwwijken in Warmenhuizen. De stichting COOG (zie links) heeft na uitgebreid onderzoek alle namen weer in kaart gebracht. De brug voor ons woonhuis kon gesloopt, want de sloot werd een weg. Mijn moeder ging rijlessen nemen, en niet lang daarna stond de onze eerste auto voor de deur.
Jubileum
"Zwarte Willem" Ik
denk dat hij zo'n beetje de "beroemdste" persoon was in onze familie.
De jongste broer van mijn opa, die "Zwarte Willem" werd genoemd. In
ieder geval op plaatselijk niveau was hij een bekende persoon in het dorp
Warmenhuizen. Vele jaren na z'n dood in 1967 leefde z'n naam nog voort. Dat had
met name te maken met het feit dat hij veel voor de jeugd had gedaan. Op tweede
kermisdag organiseerde hij bijvoorbeeld jaarlijks een uitje voor de jeugd. Met
een of meerdere bussen bijvoorbeeld naar Schiphol. Vele mensen in het dorp heeft
hij bridgen geleerd. "Hij hield de jeugd van de straat" heb ik eens
iemand horen zeggen. Nadat hij overleed zijn er nog mensen bij ons geweest voor
foto's van hem omdat ze een standbeeld voor hem wilden oprichten. Iets wat niet
gerealiseerd is overigens. In een tijd dat jongerenwerk nog amper of niet
bestond heeft Willem deze taak op zich genomen. Op zondag 17 december 1961 werd
Willem gehuldigd voor 40 jaar jeugdwerk. Om 10 uur een Hoogmis in de kerk en
daarna om half 3 de huldiging in het patronaat (dorpshuis). Ik heb ook foto's
waarbij de fanfare een serenade geeft voor zijn woning aan het Beemsterpad.
Verder kreeg hij een pauselijke onderscheiding opgespeld.
Herinneringen Ik
kan mij herinneren dat toen ik klein was en 's-ochtends om half zes wakker werd,
ik het geluid van het melkmachientje hoorde. Dit betekende dat m'n vader al aan
het werk was. De koeien moesten gemolken worden, en die stonden in de winter
achter ons huis in de stal. We hadden ongeveer 10 koeien, en soms nog een paar
kalfjes erbij. Ook liepen er kippen rond op ons erf. De
eieren vonden we soms in de hooiberg. 's-middags kwamen dan de buren om
een pannetje melk te halen. Het meeste ging echter naar de melkfabriek. Dat ging
in melkbussen, die af en toe opgehaald werden met een vrachtwagen. Mijn vader had
zelf bij iemand melken geleerd, want van huis uit was hij tuinbouwer. Met name
kool en aardappelen verbouwde hij. Het waren lange dagen, want hij werkte tot
ver in de avond. Sinterklaas vond mijn vader altijd een leuke tijd, want dan brak
ook een periode aan dat het wat rustiger werd. De kool was thuisgehaald, en het
was in de winter alleen nog een kwestie van bijhouden (de rotte blaadjes er
afhalen). De kool lag netjes opgestapeld in de schuur. Mijn vader stond er in het
dorp om bekend dat hij de kool heel goed en recht kon stapelen.
Met de veehouderij is hij in 1974 gestopt. Op 15 mei 1974
kwam de veewagen 's-morgens om kwart voor zeven het erf oprijden om de laatste
koe op te halen. De hooiberg werd op 28 februari 1976 gesloopt zodat de bewoners
van het naastgelegen bejaardentehuis een beter uitzicht kregen. Mijn ouders
kregen nu meer ruimte om met vakantie te gaan naar verre bestemmingen, want er
waren geen koeien meer die gemolken moesten worden. Met de tuinbouw is Piet nog
wel een aantal jaren doorgegaan. Op het weiland liepen de koeien van een
veehandelaar waar Piet mee samenwerkte. In 1983 verhuisden we naar de Tuinfluiterstraat. Na ruim 70 jaar verliet Piet z'n geboortehuis. Nadat mijn zus, en later ik nog in het oude huis hebben gewoond, werd het begin 1995 gesloopt door de nieuwe eigenaars en vervangen door een ander huis. Pa heeft nog een aantal jaren op z'n nieuwe plekje in de Tuinfluiterstraat gewoond. In 1989 moest hij, na enige tijd in het ziekenhuis te hebben gelegen, worden opgenomen in een verpleeginrichting. Op 21 oktober 1991 kwam hij in verpleeghuis Magnushof in Schagen te overlijden. Mijn moeder heeft daarna nog kunnen genieten van de vier kleinkinderen die in 1995 en 1996 werden geboren. Nadat het met haar gezondheid steeds minder ging is ook zij in Magnushof overleden, op 31 oktober 2008.
|
|||||||||||||||||||||||
|
|