|
Jan Molenaar (1848 - 1915)
Inleiding
Jan
werd op woensdag 16 augustus 1848 geboren, in de namiddag om half zes. Het was
een koele bewolkte en regenachtige dag, en de wind kwam uit het noordoosten
(gebaseerd op gegevens KNMI). Het geboortehuis stond in Warmenhuizen en had
nummer 29 in die tijd. Nu staat er op diezelfde plek een ander huis (Dorpsstraat
203, iets ten zuiden van de Coco-bar). Vader Dirk, 41 jaar oud, deed de dag na
de geboorte aangifte bij de gemeente. Het was het 6e kind van hem en z'n vrouw
Geertje Bijl, en dan tel ik de inmiddels overleden Johanna mee. De
onderwijzer Jan Gerardus Krijt en de veldwachter Jacob Tromp waren getuige bij
de aangifte.
Toen
Jan nog maar 9 maanden oud was kwam zijn moeder, Geertje Bijl, te overlijden.
Zijn vader hertrouwde met Klaastje Mulder in 1850.
Militaire
dienst van Jan
Zowel
m'n vader als m'n opa Molenaar zijn nooit in militaire dienst geweest. Toch was
ik niet de enige, want m'n overgrootvader Jan Molenaar blijkt ook militair te
zijn geweest.
Op
4 januari 1868 werd hij hiervoor geregistreerd, en werd toen als volgt
omschreven:
| aangezicht
|
smal
|
| voorhoofd
|
rond
|
| ogen
|
bruin
|
| neus
|
gewoon
|
| mond
|
idem
|
| kin
|
rond
|
| haar
|
bruin
|
| wenkbrauwen
|
idem
|
| merkbare
tekenen
|
-
|
Als
reden voor vrijstelling werd "platvoeten" opgegeven, maar op 11 maart
werd hij aangewezen en moest met ingang van 5 mei 1868 in dienst bij het 4e regiment infanterie.
Jan
zat 5 jaar in dienst, en uit de brievenboeken van de gemeente Warmenhuizen en
het bevolkingsregister trek ik de conclusie dat Jan in die periode af en toe
verlof had en dan ergens als knecht ging werken.
De
gegevens uit deze periode:
Op
10 augustus 1869 werd hij bij de burgerlijke stand van Warmenhuizen
uitgeschreven naar Oterleek. 25 september kwam hij terug naar Warmenhuizen, en
12 oktober ging hij naar Oudkarspel. De gemeente Warmenhuizen verzocht op 11
januari 1870 per brief aan de officier van het 4e regiment infanterie te Leiden
om een verklaring af te geven van werkelijke dienst van Jan Molenaar. Op 27
september 1870 verzond de gemeente Warmenhuizen een ambtelijke brief aan het
college van b&w van Oudkarspel over Jan Molenaar. Het had betrekking op
artikel 134 van de "militie wet". Een maand later, op 28 oktober
blijkt uit een verzonden brief van de gemeente Warmenhuizen dat alle militaire
verlofgangers van de lichtingen 1866 - 1869 (Jan was van lichting 1868) zich
hadden aangemeld.
Op
14 maart 1872 verhuisde Jan van Anna Paulowna naar Warmenhuizen (als z'n beroep
werd werkman vermeld). De gemeente Warmenhuizen verstuurde die dag een brief
naar de burgemeester van Anna Paulowna met de mededeling dat de militair Jan
Molenaar zich in Warmenhuizen had gevestigd.
Op
19 maart 1873 verhuisde Jan van Warmenhuizen naar Zd. Scharwoude, en ging in
dienst als knecht bij veehouder Arie Zut (geboren op 24-3-1838 te Zd. Scharwoude,
zoon van Jan Zut, geb. 1800 en Trijntje W.) De gemeente Warmenhuizen schreef in
het kader van de Nationale Militie een brief aan de burgemeester van
Zuid-scharwoude met de mededeling dat de verlofganger Jan Molenaar vertrokken
was
naar diens gemeente.
Nadat
op 4 mei 1873 de militaire dienst van Jan Molenaar was beëindigd, verstuurde de
gemeente Warmenhuizen op 20 mei 1873 in het kader van de Nationale Militie een
brief met paspoort aan de burgemeester van Zuid-scharwoude met het verzoek om
dit paspoort uit te reiken aan Jan Molenaar.
Misschien
dat ik ooit nog wel eens verder onderzoek ga doen over z'n tijd als militair,
maar op dit moment zullen we het hier mee moeten doen.
Huwelijk
In
1877 ging Jan trouwen met Aaltje Mul die ook uit Warmenhuizen kwam. De
huwelijksdatum was 21 april 1877. Op de twee zondagen hieraan voorafgaand vond
de afkondiging van het huwelijk plaats. Volgens mondelinge overlevering is Jan
in deze tijd voorafgaand aan het huwelijk 'n keer dronken geweest. Hij zei toen
dat dat nooit meer zou gebeuren, en het is ook nooit meer gebeurd daarna. 'N
enkele keer nam hij nog wel eens een borreltje, bijvoorbeeld tussen de middag.
Getuigen
bij het huwelijk waren Willem Ooijevaar (winkelier, 40 jaar oud), Jacobus Boekel
(landman, 24 jaar oud), Cornelis Bruin (landman, 27 jaar oud) en Dirk Burger
(werkman, 25 jaar oud). Alle getuigen kwamen ook uit Warmenhuizen en waren geen
familie van het bruidspaar. Klaastje Mulder, de stiefmoeder van Jan, heeft het
huwelijk niet meer meegemaakt. Zij was op 22 januari 1875 overleden.
Het beroep van Jan was werkman, en hij was 28 jaar
oud toen hij trouwde. Aaltje, die werkster was, was iets ouder dan Jan, namelijk
29 jaar oud. Ze was een dochter van Klaas Mul en Aafje Bruin, en woonde met haar
vader aan het huidige Beemsterpad. Haar moeder was al overleden. Klaas Mul had
het huis in 1837 gekocht voor 80 gulden van de familie Buiter. Het huis was al
heel oud, vermoedelijk uit de 16e of 17e eeuw. Na hun
huwelijk kwam Jan daar ook wonen. Z'n vrouw Aaltje kocht toen de helft van het
huis (sectie B nummer 71) van haar vader voor 200 gulden. De oppervlakte van het
perceel was 510 m2. Op 20 mei 1877 gingen ze voor de overdracht naar de notaris
in Schoorldam.
|

|
|
Het huis
(achterzijde) van Jan en Aaltje aan het Beemsterpad in Warmenhuizen.
|
Hun
eerste kind was een dochter die ze Aafje noemden, waarschijnlijk vernoemd naar
de moeder van Aaltje. Ze werd op 39 december 1877 om 7 uur 's-avonds geboren, en
de volgende dag, 31 december deed Jan aangifte van de geboorte.
Op
27 augustus 1879 werd vervolgens hun eerste zoon Dirk geboren om 11 uur
's-avonds.
Erfenissen
Zowel
de vader van Jan als de vader van Aaltje kwamen rond 1880 te overlijden. Klaas
Mul die in hetzelfde huis woonde als Jan en Aaltje overleed daar op 23 maart
1880 om 11 uur in de ochtend. Hij was 74 jaar oud geworden. Jan deed 24 maart
aangifte van het overlijden van z'n schoonvader. Minder dan een jaar later
overleed ook z'n vader Dirk op 14 januari 1881.
De
erfenissen van zowel Dirk Molenaar als Klaas Mul werden afgewikkeld bij de
kantonrechter in Schagen. Op 11 oktober 1883 moesten ze naar Schagen voor de
nalatenschap van Klaas Mul. De helft van het huis waar Jan en Aaltje al woonden
moest verdeeld worden door Aaltje, Guurtje, Cornelis en Trijntje Mul, de
kinderen van Klaas Mul, en ook het kleinkind Klaas Mul deelde voor een vijfde
deel mee in dit halve huis. Deskundigen taxeerden het halve huis op 250 gulden.
Jan en Aaltje hadden het deel van Trijntje Mul al gekocht vlak voor deze
verdeling. Ze moesten nu dus nog een bedrag van in totaal 150 gulden betalen aan
de andere drie erfgenamen. Op deze manier kwam het hele huis op hun naam te
staan.
De
familie Mul zag er (naast Jan en Aaltje) op dat moment als volgt uit:
| 1. |
Guurtje Mul, weduwe van Arie Mekken, wonende te Warmenhuizen. Ze had 5
minderjarige kinderen (Klaas, Jansje, Jan, Maartje en Arie Mekken). |
| 2. |
Cornelis Mul, landbouwer, wonende te Zuid Scharwoude |
| 3. |
Klaas Mul, minderjarige zoon van Jan Mul (overleden) en Grietje Groot (hertrouwd
met Jacob Bleeker en wonende te Warmenhuizen). |
| 4. |
Trijntje Mul, getrouwd met Cornelis Schouten. |
Precies
2 weken later, op 25 oktober moest Jan weer naar Schagen. Wederom bij de
kantonrechter werd daar de nalatenschap van z'n vader Dirk Molenaar afgewikkeld.
Hij erfde een deel van het land genaamd "Duvelshoek", kadastraal
bekend als gemeente Oudkarspel sectie A nummer 61 en 62, ter grootte van 59 are
en 50 centiare. Omdat dit meer waard was dan z'n erfdeel moest hij nog ruim 523
gulden bijbetalen. Daarnaast moest hij ook nog een vijfde deel van de bijkomende
kosten betalen.
De
betaling van de successierechten over deze erfenis gaf nog wel wat problemen,
want dat liep via de deurwaarder.
Kindersterfte
De
periode die volgde was er een van geboorte en sterfgevallen van de kinderen van
Jan en Aaltje. De kindersterfte was hoog in Nederland in die tijd, en ook Aaltje
en Jan ondervonden dit. Op latere leeftijd heeft Aaltje wel eens gezegd:
"begonnen ze net leuk te worden en dan gingen ze dood".
Hieronder
volgen de details:
7
oktober 1882 wordt dochter Geertje geboren om 03:00 uur.
1
november 1883 wordt zoon Klaas geboren om 18:00 uur.
26
april 1884 overlijdt Klaas om 05:00 uur. Hij was 5 maanden oud.
18
mei 1885 wordt zoon Klaas geboren om 04:00 uur.
6
augustus 1885 overlijdt Klaas om 16:00 uur. Hij was 2 maanden oud.
14
juni 1886 wordt zoon Klaas geboren om 02:00 uur.
9
mei 1887 overlijdt Klaas op de leeftijd van 10 maanden.
23
september 1887 wordt zoon Willem geboren om 09:00 uur.
26
november 1888 overlijdt Willem om 09:00 uur. Hij was 1 jaar en 2 maanden oud.
9
juli 1889 wordt dochter Klasina geboren om 20:00 uur.
25
mei 1890 overlijdt Klasina om 08:30 uur. Zij was 11 maanden oud.
30
maart 1891 wordt zoon Willem geboren om 00:30 uur.
4
juni 1893 wordt dochter Klasina Maria geboren.
17
juli 1894 overlijdt Klasina Maria om 04:30 uur. Ze was 13 maanden oud.
Jan
Molenaar deed steeds binnen 2 dagen na de genoemde data aangifte bij de
burgerlijke stand in Warmenhuizen.
Alleen
Aafje (1877), Dirk (1879), Geertje (1882) en Willem (1891) haalden een volwassen
leeftijd.
 |
 |
|
Jan Molenaar
(fotograaf C.
van der Aa)
|
Aaltje Mul
(fotograaf C.
van der Aa)
|
Landhuur
Jan,
die landbouwer, was huurde m.i.v. 25 december 1901 een stuk land genaamd
Luikersven of Smidsweidje (kadaster Warmenhuizen,sectie D nummer 11) van de
gemeente. De openbare verhuring vond plaats op 5 november 1901 bij opbod aan de
hoogste bieder. Jan huurde het land samen met Arie Veter voor ruim 409 gulden
voor 4 jaar (tot 25 december 1905). Dit land was weiland geweest, maar Jan en
Arie gingen het gebruiken als bouwland. Het was 1,53 hectare groot.
Een
van de voorwaarden was dat de huurder elk half jaar 4 praam per 1/42e
hectare "goede modderspecie" op het bouwland moest brengen. Dit was om
de grond vruchtbaar te houden. De bagger werd uit de sloten gehaald, en omdat
dit vaak gebeurde werd de bagger in die tijd wel schaars. Het baggeren werd in
Warmenhuizen "modderen" genoemd. De oppervlakte 1/42e
hectare klinkt misschien vreemd, maar komt overeen met 1 snees. Ik kan mij
herinneren dat mijn vader het nooit over hectares had. Bij de oppervlakte van
land had hij het altijd over een hoeveelheid "snees".
Huwelijk
zoon Dirk
Op
14 mei 1906 vond het huwelijk plaats van Dirk, de zoon van Jan. Hij trouwde in
Schoorl met Petronella Opdam. Haar broer Cornelis Opdam trouwde op diezelfde
dag, en Jan Molenaar tekende als getuige bij dit huwelijk van Cornelis.
Nog
een erfenis
Simon,
de halfbroer van Jan kwam op 21 augustus 1910 te overlijden. Hij was 59 jaar oud
geworden, en waarschijnlijk is z'n overlijden voorafgegaan aan een periode
waarin hij al ziek was. In 1909 had Simon al land verkocht (sectie D nummer 29)
waarbij de opbrengst ruim 2.000 gulden was. Volgens mijn vader is de pastoor bij
Simon langs geweest toen hij op sterven lag. Hij vroeg of Simon z'n geld aan de
kerk wou geven waarop Simon zei dat hij een arme familie had. Uit z'n testament,
die hij op 19 juli 1910 had laten opmaken bij de notaris, blijkt dat hij 500
gulden (verminderd met de begrafeniskosten) legateerde aan de pastoor. Z'n
familie werd echter ook niet vergeten. Aan Jan legateerde hij een gedeelte van
"De duvelshoek" ter grootte van 44 are en 20 centiare (Oudkarspel
sectie A nummer 63) en een stuk bouwland ter grootte van 19,5 aren (Oudkarspel
sectie A nummer 22). Aagje en Jacoba kregen elk 600 gulden. Antje kreeg het huis
met inboedel met uitzondering van een 3/4e praam en het schuitje. Het
huis ernaast was al van Antje. Beide huizen samen kwamen uit de erfenis van hun
vader Dirk Molenaar. Ook kreeg Antje een perceel bouwland genaamd "De
Ment" gelegateerd. Deze akker was kadastraal bekend als sectie C nummer
192. Het grappige is dus dat deze akker wederom in de familie is, want we hebben
het hier over Jan Raije akker. Ooit in 1705 gekocht door Reijer Pietersz. Daarna
tussentijds in andere handen, maar in 1772 gekocht door Jan Haarlem en later geërfd
door Jan Pietersz Molenaar die het in 1823 verkocht. In 1900 of 1902 had Simon
het gekocht en was het land dus voor de derde keer terug in de familie Molenaar,
en dat zo'n 300 jaar na de eerste aankoop.
Het
schuitje was bestemd voor z'n neef Dirk Molenaar.
Jan
en Antje kregen de op het land aanwezige vruchten gelegateerd en werden
bovendien ieder voor de helft benoemd tot erfgenaam van Simon. Jan Rozendaal,
schoonzoon van Simon z'n halfzus, werd benoemd tot uitvoerder van het testament
tegen een beloning van 10 gulden.
Na
het overlijden van Simon is de erfenis ook op deze manier verdeeld, hoewel de
pastoor hierbij niet meer genoemd werd. Op 24 november 1910 is Jan met z'n
zussen en zwager naar de notaris in Schoorldam gegaan voor de afgifte van het
legaat.
Van
de drie zussen van Jan is bekend dat ze altijd bij elkaar op bezoek kwamen voor
hun verjaardag, en dat het kado hierbij altijd dezelfde "hul" was.
Deze werd dus steeds doorgegeven aan de volgende jarige. Een "hul" is
bij de westfriese klederdracht het hoofddeksel voor een vrouw. Het
verjaardagsbezoek van de zusters Molenaar was vaak onder het genot van een
borreltje heb ik me laten vertellen.
Op
29 december 1910 is in Zuid-Scharwoude Cornelis Mul overleden. Hij was de broer
van Aaltje en was 70 jaar oud geworden.
Het
kloosterleven van dochter Geertje
Geertje,
de dochter van Jan, kwam op een gegeven moment met de mededeling dat ze in het
klooster wou. Ze was een leuke vrolijke meid waarvan je dat niet zou verwachten.
Haar vader Jan geloofde ook niet dat ze zo lang van huis kon blijven. Hij zei:
"ga eerst maar een jaartje dienen". Met "dienen" werd
bedoeld om als dienstbode te werken. Op 22 januari 1908 verhuisde Geertje vanuit
Warmenhuizen naar Wervershoof waar ze bij een ±62-jarige weduwnaar (Meindert
Kaagman) ging wonen en werken als diensbode. Na ruim een jaar, op 24 februari
1909 verhuisde zij naar het klooster in Blerick bij Venlo. De weduwnaar Meindert
Kaagman, die schuitenmaker van beroep was, hertrouwde daarna op 4 augustus 1909.
De
congregatie waar Geertje introk was Engels of Zuid-afrikaans. Geertje is nooit
meer teruggekomen naar Warmenhuizen, want dat mocht voor zover ik weet in deze
kloosterorde niet.
In
september 1909 schreef Geertje een briefkaart aan haar zus Aafje vanuit London
waar zij op dat moment is. Ze schreef dat ze vrijdagmiddag om 12 uur zou
afvaren. Een andere briefkaart, gericht aan haar vader Jan, schreef ze vanuit
Keulen, waar ze net de Dom had bekeken. Ze bedankte voor de mooie brief van
haar ouders en zei dat haar besluit vast was gebleven. Ik neem aan dat ze met
dit besluit haar keuze voor het kloosterleven bedoelde. In juli 1911 schreef
Geertje een briefkaart aan haar familie waarin ze schreef "dat ik het
groote geluk heb mijn H. Profescie te mogen maken 17 Julij aanstaande". De
briefkaart is van Ierland (Trim), maar ik weet niet zeker of ze zich daar op dat
moment ook bevond. Later is Geertje vertrokken naar Zuid-Afrika waar ze de rest
van haar leven is gebleven. Dit klopt ook wel met de informatie die ik over deze
kloosterorde heb ontvangen. De meisjes die in wilden treden bleven een paar jaar
in Engeland en gingen daarna naar Zuid-Afrika. Het huis in Blerick is in de 2e wereldoorlog verwoest.
|

|
Geertje Molenaar
(fotograaf
C. van der Aa)
|
Onroerend
goed
Op
6 juli 1912 kocht Jan een perceel bouwland en water van Dirk Mosch Pz. Het was
gelegen in de kadastrale gemeente Oudkarspel,
ten westen van de Moorsmeer. Het land, sectie A nummer 20 was 23,6 are
groot, en het water, sectie A nummer 21 was 10,3 are. Het bedrag wat Jan
betaalde voor dit land was 1.000 gulden.
Vlak
daarna op 22 juli 1912 kocht Jan opnieuw land van dezelfde Dirk Mosch. Dit keer
was het een stuk bouwland van 22 are groot voor een bedrag van 585 gulden. De
kadastrale aanduiding was Warmenhuizen, sectie D nummer 812. Sectie D lag ten
zuidwesten van het dorp Warmenhuizen.
Ook
huurde Jan land erbij. Op 19 december 1912 op een openbare verhuring van de
landerijen van de familie Frans huurde hij o.a. samen met Pieter Molenaar (een
achterneef) sectie D nummer 67 (Brugslootakkers) ter grootte van 20,2 are.
Tijdens
een openbare verkoping werd op 4 februari 1913 in het koffiehuis van de heer
Lingerak een huis en erf aan het Beemsterpad in Warmenhuizen verkocht door
Theodorus Kraakman. Het werd in 3 delen (huis met erf en nog 2 stukken erf)
aangeboden.
Jan
Molenaar kocht het geheel voor 2.405 gulden. Het onderhoud van de brug naar de
openbare weg kwam voor de helft voor zijn rekening. Hij kon het huis aanvaarden
op 1 mei 1913. Z'n zoon Dirk ging met z'n gezin in dit huis wonen. Jan woonde
ook aan het Beemsterpad, iets westelijker. Het oudste gedeelte van het gekochte
huis is vermoedelijk omstreeks 1877 nieuw gebouwd. In 1901 is er een kooldars
(schuur) aangebouwd.
Begin
1919 is op naam van Aaltje Mul door de gemeente een bouwvergunning afgegeven om
een koolschuur te bouwen aan het Beemsterpad. Voor die tijd had op deze plek al
een houten schuur aan de slootkant gestaan die Jan Molenaar ooit had geplaatst.
Nu kon dus met de bouw van een nieuwe schuur worden begonnen. De kadastrale
aanduiding van het perceel blijkt nu anders te zijn. Niet meer sectie B nummer
71 maar nummer 626. De strook grond aan de zuidkant is dus tussen 1883 en 1919
verkocht. De oppervlakte ging van 5,1 are naar 3 are en 8 centiare.
Met
ingang van 26 december 1913 huurde Jan ook weer land van de gemeente. Het was
een stuk weiland genaamd Middeldel zuidelijk gedeelte (sectie D nummer 62) en
het was bijna 1 hectare groot. De huur was 289 gulden en 80 cent per jaar
waarbij Pieter Molenaar zich borg stelde. De huurperiode eindigde 4 jaar later
op 24 december 1917.
Herinneringen
van kleinzoon Piet
Kleinzoon
Piet Molenaar (m'n vader) die in juli 1913 was geboren had de volgende
herinnering aan z'n opa: Jan nam op brood wel eens spek. Het stuk spek hing aan
de stoelleuning, hier sneed hij wat van af, en sneed het tot blokjes die hij dan
op zijn brood deed. Piet kreeg dan ook wel eens een stukje.
Volgens
m'n vader was z'n oma Aaltje Mul wel een vrijgevig persoon. Als hij iets wou
hebben ging hij altijd naar oma die dan zei "daar komt niks van, dat is
veel te duur", maar vervolgens kreeg hij het wel, zoals bijvoorbeeld een stoommachine.
Sterfgevallen
Op
22 juni 1915 overleed in Heerhugowaard Petrus Brink op 74-jarige leeftijd. Hij
was getrouwd met Aagje Molenaar, en dus een zwager van Jan. Op 25 juni werd hij
begraven.
Op
15 november 1915 's-ochtends om acht uur kwam Jan zelf te overlijden op de
leeftijd van 67 jaar. Z'n zoon Dirk deed diezelfde dag aangifte bij de gemeente.
Jan is op 18 november begraven in Warmenhuizen op het R.K. kerkhof.
Aaltje
Mul kreeg na het overlijden van haar man ook nog het overlijden te verwerken van
haar zussen Trijntje Mul op 29 november 1917 in Schoorldam en Guurtje Mul op 2
januari 1918 in Warmenhuizen.
Aaltje
was ook een vrij grote vrouw, wat niet zo opviel omdat ze voorover gebogen liep.
Toen ze overleed was er een grotere kist nodig dan in eerste instantie voorzien.
Ze overleed op 30 november 1929 om 17:00 uur in het huis aan het Beemsterpad
nummer 2. Ze was 81 jaar oud geworden. Op 2 december deed haar zoon Willem
aangifte bij de gemeente, en op 3 december werd Aaltje begraven op het R.K.
kerkhof in Warmenhuizen.
De
nieuwe tenaamstelling van de nagelaten onroerende goederen werd in oktober 1930
bij het kadaster geregistreerd.
Dirk
erfde het huis waar hij in woonde, en de landerijen in Oudkarspel, sectie A nummer
401, 20, 21 en 22 ter grootte van 1 hectare, 5 are en 70 centiare. Met onderling
goedvinden werd dit gewaardeerd op 4.470 gulden zodat hij 1.865 gulden moest
bijbetalen omdat zijn aandeel in de erfenis 2.605 gulden was.
Willem
erfde het ouderlijk huis met de schuur en het erf, en bouwland in Warmenhuizen
sectie D nummer 285 en 812. Hij moest 1.420 gulden bijbetalen.
Aafje
erfde het bouwland "De Duvelshoek" (Oudkarspel sectie A nummer 61, 62
en 63) plus een bedrag van 680 gulden.
Geertje
die "religieuse" werd genoemd en in Johannesburg in Zuid-Afrika
woonde, liet zich door haar broer Willem vertegenwoordigen. Zij erfde een bedrag
van 2.605 gulden.
|