![]() |
Molenaardigheden | ![]() |
|
Dirk Molenaar (1879 - 1944) Inleiding Mijn opa Dirk is op woensdag 27 augustus 1879 's-avonds om elf uur geboren in Warmenhuizen. Uit de KNMI gegevens begrijp ik dat het die dag bewolkt en regenachtig was geweest, overdag ongeveer 16 graden, en de wind uit het zuidwesten. Z'n vader Jan Molenaar, bijna 31 jaar oud, deed de dag erna aangifte bij de gemeente. Het was het 2e kind voor hem en z'n vrouw Aaltje Mul. Het geboortehuis stond aan het Beemsterpad (later bewoond door "Zwarte Willem", een jongere broer van Dirk). In de geboorteakte van Dirk wordt dit huis vermeld als Wijk D nummer 30. Getuigen waren de veldwachter Hendrik Moorhoff en de secretaris Gerrit Jan ter Plegt.
Als kind had Dirk tyfus. Dokter schreef hem het verkeerde
voor. Z'n ouders kwamen hier snel achter. Dirk
heeft alleen lagere school gedaan, waarbij hij o.a. les kreeg van Cornelis de
Geus (zwarte Kees). Dirk heeft op zangles gezeten in het kerkkoor. Hij kreeg hierbij les van meester Koenen. Na zijn huwelijk is hij ermee gestopt.
Dirk was als ik het goed heb begrepen niet zo'n
drankliefhebber. Soms dronk hij wat bessenwijn, maar als hij er een paar op had
dan trok zijn oog scheef. Volgens mijn vader was Dirk prettig in de omgang en
hield hij van de gezelligheid. Volgens iemand anders die hem 'n beetje gekend
heeft kwam hij echter als een stroeve man over. Net
als z'n broer "Zwarte Wullem" had ook Dirk een bijnaam. Hij werd
namelijk "Dirk Kalvespek" genoemd. Nu is spek van een kalf iets wat
niet bestaat, dus het is misschien iets wat Dirk als kind ooit heeft gezegd.
Militaire dienst In 1898 werd Dirk gekeurd voor militaire dienst. Het advies
van de "militie-commissaris" was om Dirk aan te wijzen voor de
militaire dienst. De uitspraak van de "Militieraad" op 13 december
1898 was echter dat Dirk werd afgekeurd en vrijgesteld vanwege z'n zwakke ogen
en 'n scheve linker voet. Dirk werd hierbij als volgt omschreven: lengte 1706
millimeter, grijze ogen, spitse kin, blond haar en blonde wenkbrauwen en geen
opvallende kenmerken. Dat Dirk niet in militaire dienst is geweest is later ook
bevestigd door m'n vader. Zijn broer Willem werd op 17 oktober 1910
wel aangewezen
voor militaire dienst. Zijn lengte was op dat moment 1751 millimeter. Naar de fotograaf In
de tijd dat m'n opa werd geboren waren er nog geen auto's, tv's, radio's etc.
Fotografie was een nieuwtje wat er nog maar net was. Een foto werd niet even met
het mobieltje gemaakt. Nee, opa ging er speciaal voor naar de stad. Een pak met
stropdas aangetrokken, en vervolgens werd hij bij fotograaf C. van der Aa in
Alkmaar op de gevoelige plaat vastgelegd. Wie had toen kunnen denken dat het
resultaat in de 21e eeuw nog eens op zoiets als internet zou
verschijnen.
Huwelijk met Petronella Opdam Tijdens
de kermis van Schoorldam heeft hij Petronella Opdam ontmoet. Petronella zag het
eerst niet zo zitten en dacht "wat kijkt hij naar me", maar ze gingen
wel samen naar huis. Zij kwam uit Schoorl en werd thuis meestal "zus"
genoemd. Ze had verder alleen maar broers. Haar ouders waren Pieter Opdam en
Maria Waagmeester. Ze woonden in de Nollen, een huisje in het bos achter (ten
oosten van) het oude raadhuisje en de kerk. Voor haar huwelijk met Dirk heeft ze
gewerkt in de "Roode Leeuw", een hotel-restaurant in het centrum van
Schoorl, aan de voet van het klimduin. Het
wettelijk huwelijk van Dirk en Petronella vond
plaats op maandag 14 mei 1906 in Schoorl. En het
was dubbel feest, want ook Simon Opdam, de broer van Petronella, ging die dag
trouwen in Schoorl. Hij trouwde met Catharina Maria Blom. De
huwelijksakte van Simon werd o.a. door de schoonvader van Petronella (Jan
Molenaar) als getuige ondertekend. De huwelijksakte van Petronella werd o.a.
door de schoonvader van Simon (Willem Blom) als getuige ondertekend. Beide
huwelijksaktes werden verder getekend door Cornelis Opdam (broer van Petronella),
Gerard Arnold Kniphuisen (predikant te Schoorl) en Pieter Bareman, de
veldwachter in Schoorl die ooit de geboorteakte van Petronella ook al had
mede-ondertekend. Toen was hij 40 jaar oud, en nu 64 jaar.
Dirk
en Petronella gingen in Warmenhuizen wonen. In de Oudewal hadden ze een huis
gehuurd. Als ik het goed begrepen heb was dit huis het huidige Oudewal nummer
33. Op
7 april 1907 om half negen in de ochtend wordt hun oudste zoon Jan geboren. Het
huis waar hij geboren werd had nummer 126 in Wijk A. Op 8 april deed Dirk
aangifte. In
de jaren daarna werden nog 5 kinderen geboren. Met een zekere regelmaat werden
zonen en dochters afgewisseld:
Een
grote slag bij de familie Opdam waren de vele sterfgevallen in die tijd. Simon
Opdam is niet lang na z'n huwelijk, op 6 oktober 1906 al overleden. Hij was 27
jaar oud geworden. Ook z'n vrouw is niet lang daarna overleden. Jan Opdam, de
oudste broer van Petronella was al eerder overleden. Haar moeder Maria
Wagemeester is op 25 april 1909 overleden en werd 28 april begraven in Schoorl.
Piet Opdam, een andere broer van Petronella overleed op 17 maart 1910. De
klap moet hard aangekomen zijn in de familie. Ik heb mijn vader hier nog wel
eens over horen vertellen, dat het vrolijke er wel een beetje af raakte daarna. Hoe Dirk de kost verdiende Dirk deed veel aangenomen werk zoals maaien, modderen. Ook werkte hij bij z'n vader. De verhouding tussen Dirk en z'n vader was waarschijnlijk niet zo goed. Z'n vader Jan zou een bazig iemand zijn, mans en geen lieverdje. Dirk ging daarom liever voor zichzelf werken. Hij heeft o.a. bij de bouw van de gasfabriek in Warmenhuizen gewerkt. Bij dat laatste werk vroeg hij 'n keer wat hij moest doen. Er werd toen tegen hem gezegd: "sla die palen daar maar in de grond". Dirk deed dat, en vroeg daarna: "wat kan ik nu doen?" Het antwoord was: "Haal ze er maar weer uit". Dat moet omstreeks 1912 of 1913 zijn geweest, want in die tijd is de gasfabriek gebouwd. Dat was in de Oudewal, schuin tegenover het huis waar Dirk met z'n gezin woonde. In 1910 erfde Dirk waarschijnlijk het schuitje van z'n oom Simon die dat jaar overleed. Het stond in ieder geval in het testament dat Dirk het schuitje zou krijgen. Een enorme verbetering voor de tuinders uit
Warmenhuizen kwam in 1913. Op 3 oktober werd de nieuwe veiling van Warmenhuizen geopend. Voor
die tijd moest Dirk naar Broek op Langedijk om de kool en aardappelen te veilen.
's-morgens heel vroeg vertrok hij dan met het schuitje, kloetend, want
motorbootjes waren er nog niet. Het koste een hele dag voordat hij weer terug
was Vanaf 1913 kon dus in
Warmenhuizen geveild worden wat een enorme tijdsbesparing was voor alle tuinders
in het dorp. Ook kwam Warmenhuizen dat jaar aan de trambaan Alkmaar - Schagen te
liggen. Op 29 augustus werd dat feestelijk gevierd bij station Warmenhuizen.
Verhuizing Omstreeks
1913 verhuisde Dirk met zijn gezin. Zijn vader
had een huis gekocht aan het Beemsterpad. Aan het eind van het Beemsterpad de
brug over, daar stond het huis dat vanaf 1 mei 1913 ter beschikking kwam voor
Dirk en z'n gezin. Mijn vader was de eerste in de familie Molenaar die in dat
huis geboren is. Bij het kadaster was het perceel waarop het huis stond bekend
als sectie B nummer 668 en het was 8 are en 80 centiare groot. Na de
ruilverkaveling rond 1970 zou het iets groter worden doordat een gedeelte van de
sloot (die toen geen sloot meer was) erbij kwam. In de tijd dat Dirk er kwam
wonen liep voor het huis een sloot met een brug erover. Naast en achter het huis
liep een was smallere sloot, en aan de andere zijkant woonde de familie Smit.
Samen met het erf van de buren was het een eiland waar ze op woonden.
Omstreeks
1921 was er nog meer vooruitgang in Warmenhuizen. Het dorp werd aangesloten op
het waterleidingnet. De moeder en broer en zus van Dirk die aan het begin van
het Beemsterpad woonden hadden hier meteen profijt van. Dirk en z'n gezin
moesten nog even wachten. Reden hiervan was dat er een duiker moest komen i.v.m.
de sloot (thans Molenaarweg), en buurman Piet Smit niet wou meedoen. Dirk haalde
het water toen met emmers bij z'n moeder. Alleen het water wat niet echt schoon
hoefde te zijn haalde hij nog uit zijn eigen regenbak. Hierin zat het regenwater
dat afkomstig was van het dak. Deze regenbak was binnenshuis bij de ingang.
Kostgangers Omstreeks
1920 kwam een Oostenrijks meisje genaamd Erna Hollenbeck, in de kost bij de
familie Molenaar. Dit was om wat aan te sterken, en dat had waarschijnlijk te
maken met de beroerde omstandigheden in haar thuisland als gevolg van de 1e
wereldoorlog. Het was een kalm, rustig meisje en ze bleef ongeveer een jaar. In
het begin waren er nog wat taalproblemen, maar dat werd snel anders, ze sprak
later vloeiend Nederlands. Ongeveer
3 jaar later kwam er opnieuw iemand in de kost, waarschijnlijk om dezelfde
reden. Het was een 9-jarige Duitse jongen uit Breslau, en z'n naam was Rudolf
Bartsch. Breslau lag toen nog in Duitsland, maar na de 2e wereldoorlog is dit Pools grondgebied geworden en kreeg de stad de nieuwe naam
Wrocław. Op 17 september 1923 kwam hij aan met de trein in Warmenhuizen. Hij
kon heel fel reageren als mijn vader hem pestte en hij was erg nationalistisch .
Toen zijn ouders hem later weer ophaalden keken zij er van op hoe hij gegroeid
was, ondanks het feit dat hij hier eigenlijk nog zo mager werd gevonden. Het
leren van de Nederlandse taal ging wat moeizamer dan bij Erna Hollenbeck, een
paar jaar daarvoor. De kinderen Ook
in die tijd werden kinderen al ingeënt. Op onderstaande data werden de jongste
vier kinderen van Dirk en Petronella ingeënt tegen pokken:
Van
de oudste 2 kinderen Jan en Rie heb ik hierover geen gegevens. Wel is bekend dat
Rie toen ze 9 jaar oud was aan een besmettelijke ziekte leed. Volgens het
gemeentelijk archief had ze "febris thyphoidea". De geneesheer Houben
en Dirk deden hiervan op 24 juli 1920 aangifte. Rie zat op dat moment op de
openbare lagere school en op de bewaarschool. Op 23 augustus was de ziekte
geweken.
De komst van auto's Toen
Dirk geboren werd waren er nog geen auto's. Het vervoer ging met paard en wagen
of per schuit. Per spoor was Warmenhuizen vanaf 1913 bereikbaar. Toen vervolgens
ook enkele auto's in het straatbeeld verschenen, was dat iets waar Dirk niet aan
gewend was. Het was voor hem iets bijzonders als er een automobiel kwam
aanrijden. Als hij aan het fietsen was en er kwam een auto aan, dan stapte hij
altijd van z'n fiets af waarbij hij een gevaarlijk grote boog maakte. Toen zijn
kinderen hem voor het gevaar hiervan waarschuwden zei opa: "die krengen
rijden ook zo hard". Landaankoop Op
27 december 1922 ging m'n opa Dirk Molenaar naar "het koffiehuis van den
heer Martinus Pronk" in Warmenhuizen. De Boetven, een perceel weiland aan
de westkant van Warmenhuizen (aan de Wengesloot), zou daar die ochtend in het
openbaar verkocht worden. M'n opa had wel belangstelling, maar hij was niet de
enige. Volgens mijn vader ging hij tijdens de verkoping in gesprek met andere
belangstellenden zodat deze niet goed konden opletten. Mijn opa deed dat wel, en
riep plotseling "mijn". Op deze manier werd Dirk voor 1.350 gulden
eigenaar van het noord-oostelijk deel van de Boetven met een oppervlakte van 32
½ are. Hij heeft het in de jaren erna waarschijnlijk als akkerland gebruikt.
(Bij afmijnen wordt vanaf een hoog bedrag een steeds lager bedrag genoemd, en de
eerste die "mijn" roept is de koper voor dat bedrag, als dit bedrag
tenminste hoger is dan het het opbieden wat vaak voorafging aan het afmijnen) De
verkoper was meester Nelissen, een leerkracht op de school in Warmenhuizen.
Waarschijnlijk was hij inmiddels verhuisd, want hij werd in de verkoopakte
"hoofd eener school wonende te Beltrum (Gelderland)" genoemd.
Door in de onderstaande tabel op 'toon kaart' te klikken kunt u de ligging van bovengenoemd land bekijken met Google maps:
Landhuur Willem
Molenaar, de broer van Dirk, huurde ingaande 26 december 1921 een stuk bouwland
van de gemeente genaamd "het midden rietweidje" gelegen aan de
westkant van Warmenhuizen. Het waren 2 gedeeltes van sectie A nummer 96, samen
ruim 1,12 hectare groot. Dirk stond borg voor z'n broer samen met P. Smit
(volgens mij hun buurman). De huur was ƒ 615,10 per jaar, maar werd in de jaren
daarna steeds lager. Er werd steeds voor een periode van 4 jaar gehuurd. M.i.v.
dec 1925 werd de huur ƒ 282 per jaar, en m.i.v. dec. 1929 ƒ 246,76.
Waarschijnlijk vanwege de crisisjaren kregen alle huurders over 1931 25%
korting, en in 1933 werd de korting, zelfs 50% voor weiland en 60% voor
bouwland. M.i.v. december 1933 toen er weer een nieuwe termijn inging, werd de huur
ƒ 84,60 per jaar. Ingaande
1925 huurde de familie Molenaar de 'groote akker bij de Klaverweid" (sectie
D nummer 64) van Piet Frans. Deze akker bouwland was ongeveer 52 snees groot
(1,25 hectare) en werd gehuurd tot 1929. Daarnaast huurden we omstreeks die tijd
van Cornelis Frans 5 akkertjes aan de Bregsloot (Bregsloot lag ten oosten en de
Spoorsloot lag ten westen). Waarschijnlijk zijn 2 van deze 5 akkertjes dezelfde
als die Reijer Pietersz Molenaar in 1706 kocht. Een
ander stuk land wat gehuurd werd (waarschijnlijk in 1931 en 1932) was "De
Zeugeweid". Deze was verbouwd vol met vroege kool en werd samen met Gert
Vlugt gehuurd van Piet Frans. Volgens mijn vader was dit land ongeveer 4,5
bunder (=hectare) groot en lag het ter hoogte van de zuurkoolfabriek (nu Vezet).
Ingaande
1933 huurde de familie Molenaar "De Heen" van de gemeente. Deze was
ongeveer 100 snees groot volgens mijn vader. De familie had voor het eerst een
paard, en dus hadden ze weiland nodig. Het was land waar niemand graag naar was.
In eerste instantie werd de helft gehuurd, maar toen de andere huurder (Wester)
naar Amerika emigreerde ging de familie Molenaar het geheel huren. (vermoedelijk
gaat het hier om het land wat bij de invoering van het kadaster bekend was als
sectie B nummer 53). Dirk
en z'n broer Willem hadden hun kool o.a. opgeslagen in een schuur van Arie
Veter. Omstreeks 1926/1927 was het een slecht jaar voor de kool, en Arie Veter
was waarschijnlijk bang dat daardoor de huur niet betaald zou worden. Hoewel de
betalingstermijn nog niet verstreken was schreef hij een briefje aan Dirk met de
tekst "wat heb ik gijlieden gedaan dat gij mij niet betaalt". De korenmolen verbrand Op
zaterdagavond 12 maart 1927 ontstond brand in de korenmolen van Warmenhuizen.
Dirk zat bij de plaatselijke brandweer en hielp mee met het blussen. De vlammen
grepen echter snel om zich heen bij een koude wind uit het noordoosten. Al
vonkenmalend kwam er een einde aan de molen die ooit in 1687 was gekocht door
een verre voorvader van Dirk, en daarmee een grote rol speelde in de
familiegeschiedenis. Een grote mensenmassa keek toe hoe de brand met twee
stralen werd bestreden, en hoe uiteindelijk de zware bovenkap door de brandende
romp zakte. Er bleef niets meer over van de molen. De Alkmaarsche Courant
schreef hierover: "Een mooi stukje oud-Hollandsch schoon is daarmee
verdwenen". Crisisjaren Vele
tuinders hadden het moeilijk in die tijd door de crisis. In 1932 kwam er een
mogelijkheid om renteloos geld te lenen voor de instandhouding van het bedrijf.
Een kunstmesthandelaar stuurde aan vele mensen in Warmenhuizen een brief met een
herinnering voor de openstaande rekeningen die nu met dit krediet betaald zouden
kunnen worden. Dit ter voorkoming van verdere (advocaat)kosten. Uit een
ingezonden brief in de krant blijkt dat dit niet door iedereen op prijs werd
gesteld, en dat dit niet het doel van het krediet was. Dirk kreeg op 13 april
280 gulden, op
17 mei 120 gulden en op
20 september een bedrag van 396 gulden
zodat hij in totaal 796 gulden had geleend op deze manier. Het geld was bestemd
voor bedrijfskosten en levensonderhoud van het gezin. In 1938 moest Dirk opnieuw geld lenen. Hij leende nog eens 2.250 gulden van de "Friesch-Hollandsche Hypotheekbank N.V. Hij ging hiervoor op 13 mei van dat jaar naar de notaris. Z'n huis en landerijen dienden tot zekerheid voor de terugbetaling. Elk half jaar moest de rente van 4% worden betaald en 25 gulden aflossing. Behoudens verlenging van de termijn moest het restant van de lening op 30 april 1943 worden afgelost. In februari 1944 wordt de helft van de lening afgelost. De andere helft werd vermoedelijk kwijtgescholden. Familie en gezin (diversen) Omstreeks
1926 is Dirk geopereerd aan 'n maagzweer. In die tijd was dat best wel bijzonder
zo'n operatie waarbij de overlevingskans niet zo heel groot zou zijn. Dirk heeft
een jaar lang puree en geroosterd brood moeten eten. Hij is daarna gestopt met
pruimen en pijp roken. Pieter
Opdam, de vader van Petronella, is op 22 april 1926 om 5 uur 's-ochtends
overleden. Hij was 81 jaar oud geworden. De begrafenis was op 26 april in
Schoorl op het R.K. kerkhof. Een paar jaar later overleed ook Aaltje Mul, de moeder van Dirk. Zij overleed op 30 november 1929.
Het 25-jarig huwelijksfeest (volgens berekening in mei 1931)
van Dirk en Petronella is ondanks de crisisjaren uitgebreid gevierd. 's-Ochtends
in de kerk en daarna de hele dag en nacht feest. Zelfs de volgende ochtend
kwamen nog mensen langs om te feliciteren voordat ze naar hun werk gingen.
Op
5 juli 1934 ging de oudste dochter van Dirk en Petronella trouwen. Rie die 23
jaar oud was trouwde met de 24-jarige Wim de Boer, die timmerman van beroep was.
Het huwelijk vond plaats in Warmenhuizen en ze gingen in Alkmaar wonen. Naast
het bruidspaar en de ouders tekenden ook Jan Molenaar (broer van Rie) en Willem
Molenaar (broer van Dirk) als getuigen.
Iets minder dan vijf jaar later, op 12 januari 1939 trouwde
ook de tweede dochter van Dirk en Petronella. Ali trouwde op die dag met de
25-jarige Gert Polle uit Schoorl. Ook dit huwelijk vond plaats in Warmenhuizen,
en ze vestigden zich in Harenkarspel. Ze hadden een smederij in Kerkebuurt en
later in Tuitjenhorn. De 2e wereldoorlog In
mei 1940 was de 2e wereldoorlog inmiddels ook voor Nederland
realiteit. Wim de Boer werkte in Den Helder, en z'n vrouw Rie kwam vanwege de
vele bombardementen met haar kinderen in Warmenhuizen wonen bij haar ouders.
Simon Molenaar zat in militaire dienst bij de luchtafweer in IJmuiden. Piet en
Jan werkten in de landbouw, een beroepsgroep die door de Duitsers redelijk met
rust gelaten werd. De radio zat verstopt in de hooiberg, en die hebben ze nooit
gevonden. De paarden werden wel ingevorderd, en op dat moment begon de
burgemeester (een NSB-er) over de renteloze lening uit 1932 die nog moest worden
terugbetaald. Om niet al te veel mee te werken is niet ineens, maar in termijnen
terug betaald. Dat was in 1944. Op
17 mei 1944 was er een grote razzia in Warmenhuizen. Doordat mensen die
gecontroleerd moesten worden zich voegden bij mensen die al gecontroleerd waren
konden velen de dans ontspringen. Een inwoner, Piet Kleibroek, en het Joodse
gezin wat bij hem ondergedoken was, werden echter opgepakt. Zij hebben de oorlog
niet overleefd. Piet had eerst in een kamp gezeten. Vlak voor het einde van de
oorlog werd dit kamp ontruimd en moesten ze te voet uitwijken voor de
Amerikanen. Toen Piet door uitputting niet verder kon is hij langs de weg door
de Duitsers neergeschoten. Een vreselijk einde voor een man die z'n medemensen
wou helpen. Een
keer kwamen de Duitsers ook bij de familie Molenaar in huis om Jan op te pakken.
Dirk, die zelf inmiddels een beroerte had gehad, zei: "gooi ze der
uit". Jan moest meewerken aan het graven van een kavel, maar hij wou niet
mee, dus namen ze Piet mee. Deze werd echter al vrij gauw weer vrijgelaten (bij
Waarland). Door de beroerte was Dirk aan een helft van z'n lichaam
verlamd geraakt. Bij z'n bed had hij een kwast hangen waaraan hij zich op kon
trekken. Op z'n
65e verjaardag, 27 augustus 1944 is er nog
een foto gemaakt van het hele gezin. De bevrijding heeft Dirk echter niet meer
mee mogen maken, want hij overleed op 20 september 1944. Vlak voor z'n
overlijden is hij nog bediend, en na z'n overlijden werd het huis van binnen
verlicht met allemaal brandende kaarsen. Op 23 september is Dirk begraven op het
R.K. kerkhof van Warmenhuizen. Op 9 december van dat jaar overleed ook Gert Polle, de
schoonzoon van Dirk en Petronella. Hij had longkanker en was 31 jaar oud
geworden. Op 7 november 1947 wederom een sterfgeval. Cornelis Opdam,
een broer van Petronella overleed op de leeftijd van 63 jaar. Hij was in het
ziekenhuis in Alkmaar overleden, en werd op 10 november in Schoorl begraven.
Zoon Simon ging op 14 mei 1947 trouwen met Geertruida
Goudsblom die ook uit Warmenhuizen kwam. De mis was om half 10 in de kerk van
Warmenhuizen en de receptie van 4 tot 5 uur op het adres Oudewal 59 (ouderlijk
huis van Geer). Simon en Geer gingen daarna in Warmenhuizen wonen in de
Dorpsstraat 109. Truus, de zus van Simon, had zich op 1e paasdag 1947
verloofd met Adrianus Sneekes uit Schagerbrug. Hun huwelijk vond plaats op 19
november 1947. 's-morgens om half 10 was de huwelijksmis in de R.K. kerk van
Warmenhuizen, en de receptie was die dag van 3 tot 4 uur in het ouderlijk huis
van Truus. In Schagerbrug was op 16 november ook al een receptie geweest. Petronella
is op 25 oktober 1948 in het St. Elisabeth-ziekenhuis in Alkmaar overleden. Zij
had het aan haar nieren, waarschijnlijk door de hoge bloeddruk die zij had. Ze
was 66 jaar oud geworden. De uitvaartdienst was op donderdag 28 oktober om 9 uur
's-ochtends in de kerk van Warmenhuizen. Daarna is ze
begraven op het R.K. kerkhof in hetzelfde graf als Dirk. De boedelverdeling was op
25 februari 1949 bij notaris Pinxter in Schoorldam. Jan en Piet erfden
samen het huis en erf aan het Beemsterpad en het gedeelte van de Boetven dat
Dirk in 1922 had gekocht. Deze akker werd nu weiland genoemd. Ook erfden zij
samen met Simon het bouwland genaamd "De Zuidkant van de Meer". (Oudkarspel
sectie A nummer 20, 21 en 22). Ten zuidoosten daarvan lag het weiland wat Simon
kreeg genaamd "Het Grondgat" (Oudkarspel, sectie A nummer 401). Dit
land was 52,3 are en was een gedeelte van het land wat in 1832 bij de invoering
van het kadaster nog bekend was als sectie A nummer 38. Het was zware grond
volgens Thijs Dekker, een van de latere gebruikers van deze akker.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|